Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
77
dageu een afstand, waartoe men er vroeger 40 noodig had. Ook
het brievenvervoer werd geregeld, en daar men nu de voornaamste
punten van Jam te land kon bereiken, werd spoediger en geregelder
afvoer der produkten naar de havens bevorderd, en ook de verde-
diging gemakkelijker gemaakt.
Dit laatste werd ook dringend gevorderd. In 1809 poogden de
Engelschen de Molukken te vermeesteren. De kolonel filz, die te
Amboina het bevel voerde, ofschoon 2000 man en goeden voorraad
bezittende, gaf zich lafhartig, bijna zonder tegenweer aan 400 Engel-
schen over. Hij sloot eene schandelijke capitulatie, waarbij de be-
zetting wel met krijgseer mocht uittrekken en een vrijen overtocht
naar Java verkreeg, maar 218 kanonnen en alle goederen en voorraad
in 's vijands handen vielen. Op Java gekomen, werd filz ter dood
gebracht en de andere bevelhebbers naar verdiensten gestraft. De
overige posten op de AmAomche eilanden, benevens vele vaartuigen
en rijke buit gingen daarop mede verloren.
Achtereenvolgens werden nu ook de forten op Celebes, Timor,
Banda en Ternate vermeesterd, echter niet alle zonder tegenstand
en dappere verdediging. Zoo werd Banda, van waar men in tijds
den aanwezigen voorraad foelie en notenmuskaat naar Batavia had
Verzonden, en ook Ternate, waar gebrek aan levensmiddelen be-
stond, niet dan nadat verdere verdediging onmogelijk was, over-
gegeven. Hunne bevelhebbers werden dan ook door den krijgsraad
vrijgesproken of zelfs schadeloos gesteld; terwijl de namen van
coop il groen en metman, die met de verdediging belast waren
geweest, met eere werden vermeld.
Zoo waren dan in 1811 nagenoeg alle buitenposten verloren, en
moest daendels alle krachten aanwenden tot behoud van Java, dat
ook door de Eugelschen bedreigd werd. Op het gerucht dat zij
reeds de noordkust verkend en eenige vaartuigen genomen hadden,
liet daendels het kamp te Meester Cornelis in geduchten staat van
tegenweer brengen; doch alvorens door den vijand een stellige
aanval ondernomen v/erd, was daendels reeds, door de ver-
anderde staatsomstandigheden in het vaderland, van zijn post ont-
slagen.
In het begin van 1811 kreeg hij het bericht van Hollanis in-
lijving bij Frankrijk door den keizer, en den eisch om diens gezag
te erkennen en ook zijne onderhoorigen daartoe te verplichten. Hij
gehoorzaamde, en werd voorloopig doorhetEransche Gouvernement in