Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
86
ners gelegenheid werd gegeven om buiten de stad nieuwe, naar het
klimaat ingerichte landhuizen te bouwen. De daartoe beuoodigde
gronden konden zij voor kleine sommen koopen, en de afbraak
hunner woningen in de stad tot den opbouw der nieuwe ge-
bruiken. Hierdoor zijn de buitenwijken Molenvliet, Rijswijk, Noord-
wijk en Weltevreden ontstaan. Voor de hooge Collegiën en amb-
tenaren, voor de Landskantoren enz. werd te Weltevreden een groot
paleis gebouwd. Een en ander had den gunstigsten invloed op den
gezondheidstoestand der Europeanen.
Men heeft niet zelden den Maarschalk daendels „den tiran van
het Oosten'^ genoemd, niet slechts om zijne doortastende maatrege-
len ten opzichte der Europeesche ambtenaren; maar ook om de
wijze, waarop hij tegenover de inlandsche vorsten gehandeld heeft.
Die van Cherïbon, van Bantam, van Soerkarta en Bjokjokarta wer-
den, of afgezet, of zoodanig van alle macht beroofd, dat zij nog
slechts eene schaduw van hanne vroegere grootheid vertoonden.
De aanleiding tot deze handelwijze was voornamelijk gelegen in
hunne pogingen, om zich aan het Nederlaudsch gezag te onttrek-
ken, waartegen daendels volgens zijn' lastbrief waken moest. Men
kan echter niet ontkennen, dat hij daarbij dikwijls met wreedheid
is te werk gegaan, en daden van geweld en berooving van eigen-
dom pleegde, die niet altijd gewettigd waren.
Zoo werd de Sultan van Bantam onttroond en naar Amboina ver-
bannen, een deel van zijn land afgenomen, en het overige onder
een' afhankelijken Vorst geplaatst, omdat hij geweigerd had, uit-
hoofde van den moerassigen bodem, waardoor vele arbeiders om-
kwamen, manschappen te leveren tot het aanleggen van versterkin-
gen aan de Meeuwenbaai, en een Nederlaudsch ambtenaar, die hem
daarover onderhield, had laten vermoorden. Later bracht daen-
dels dit reeds afhankelijk gemaakt gedeelte geheel onder het be-
stuur der Indische regeering. De Sultan van Bjokjokarta, overtuigd
van in eene samenzwering de hand te hebben gehad, werd over-
vallen, onttroond, tot zware geldboeten veroordeeld, en van alle macht
beroofd. En ofschoon daendels de boeten, ten bedrage van 4 ton,
edelmoedig onder de ambtenaren en troepen, die hem hadden bij-
gestaan, verdeelde, is echter zijne handelwijze jegens de gevangen
Vorsten, die hij niet meer naar de buitenbezittingen verbannen
kon, niet te rechtvaardigen. Hij gaf aan den Eesident van Cheribon
den dubbelzinnigen en laakbaren last om hen onschadelijk te ma-