Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
72
1809, ziek vau teleurstelling en vermoeienissen, naar het vaderland
terug.
Allermerkwaardigst was het driejarig bestuur van daendels. Eu
ofschoon hij zich, door zijne doortastende en wel eens willekeurige
maatregelen, een tal van vijanden maakte, hem komt echter de eer
toe van eene algeheele hervorming in de meeste takken van bestuur
te hebben tot stand gebracht, en een der krachtigste Bewindhebbers
te zijn geweest die ooit over Java geregeerd hebben').
Hij aanvaardde het bewind over Oost-Indië onder de ongunstigste
verschijnselen. Wel bestond het nog uit Java, Macassar, Banjermli-
sing op Borneo, Amhoina, Banda, Talemlang, eenige kleine eilanden
in den Archipel en de bezittingen van Becima, Canton en Macao ; maar
het Nederlaudsch gezag had zeer veel geleden; en eenige inlandsche
vorsten waren, door de zwakheid en toegeeflijkheid onder wiese's
bestuur, niet al te goed gezind. Zonder zeemacht, met een leger
dat aan de krijgstucht ontwend, verslapt en onbruikbaar was,
tegenover ambtenaren die allerlei knevelarijen pleegden en zich door
de schandelijkste middelen zochten te verrijken, terwijl zij niet slechts
slordig en traag, maar in hunnen plicht vaak opzettelijk nalatig
waren, met eene slechte rechtsbedeeling en kwijnenden handel, was
het alleen eenen man als daenuels mogelijk aan zijnen last te
voldoen.
Hij begon zijne taak met een einde te maken aan het schan-
delijk winstbejag der ambtenaren, door geldboeten, ontzetting van
ambten, later in 1810 zelfs de doodstraf te bedreigen op het ver-
vreemden van's lands goederen, ter waarde van 30,000 rijksdaalders
of daarboven. Hij regelde voorts de traktementen van alle zoo hoo-
gere als lagere ambtenaren, en legde hun ruime inkomsten toe,
maar verbood ten strengste de vroegere stille winsten, afpersingen,
geschenken enz. Ofschoon hij zelf verklaart dat vele ambtenaren
') Zeldzaam is een hervormer meer verguisd dan daendels. En toch, zijne vol-
macht luidde letterlijk: »dat bij zijne maatregelen en daden de middelen zouden
»gerechtvaardigd worden door het doel, zonder dat deze aan oude begrippen of
//aan beginselen door zijne voorganger.s gevolgd, getoetst mochten worden." In
zijn Gedenkschrift zegt hij: »dat het hem veelmalen noodzakelijk is geweest
»zich boven alle vormen te verheffen; dat hij geene andere wet mocht kennen
/•dan die van het behoud der hem toevertrouwde bezittingen; en dat men dé
»beoordeeling zijner verrichtingen nimmer behoort af te scheiden van de bniten-
//gewone en noodlottige omstandigheden, waarin hij zich voortdurend bevonden
»heeft."