Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
n
daar geheel veruietigd, terwijl slechts door het sluiten van een ver-
drag de koopvaardijschepen en magazijnen, te Soeralaja aanwezig,
behouden bleven. Verwarring en plichtverzuim waren ook wederom
te Grhsee de oorzaak van dit verlies; en zeker zou welhaast ge-
heel Java in handen der Engelschen gevallen zijn, indien niet de
even zoo talentvolle als doortastende Generaal daendels nog
juist te rechter tijd als Gouverneur-Generaal was aangeko-
men.
Door Koning lodewijk tot Maarschalk verheven, en met de uit-
gebreidste volmacht voorzien, die hem bijna tot Onderkoning maakte,
vertrok daendels in 1807 over Parijs, waar hij Keizer napoleon
ontmoette, en vandaar over Lmahon en de Kanarische eilanden met
een klein vaartuig naar Java. Onder de voornaamste bepalingen
zijner instructie behoorde, dat hij het oude versleten regeeringsstel-
sel door een snelwerkend en krachtig bewind moest vervangen; dat
hij, zoo hij het noodig achtte, ambtenaren mocht afzetten en aan-
stellen; dat hij het lot van den inlander vooral moest ter harte
nemen, goed en goedkoop recht aan allen verschaffen, den handel
en de productie aanmoedigen, alle eerediensten zonder onderscheid
in bescherming nemen, de wetten doen eerbiedigen, de hem ver-
trouwde bezittingen ongeschonden bewaren, en, onverminderd zijne
persoonlijke verantwoordelijkheid, zonder overleg met den Baad van
Indië geen verdrag van overgave mocht sluiten. Daar de Engel-
schen, van zijn vertrek bewust, in alle zeehavens op hem loerden,
en men hier te lande niets van hem vernam, vreesde men dat hij
in hunne handen was gevallen. Dien ten gevolge vertrok büyskes,
die met acht schepen naar Java zou gaan om hartsinck te
vervangen, op een onzijdig vaartuig heimelijk derwaarts om,
in geval daendels niet mocht aankomen, in plaats van wiese als
Luitenant-Gouverneur-Generaal op te treden. Maar daendels stapte
juist op nieuwjaarsdag 1808 aan wal en büyskes verscheen eerst
in April. Treurig was het bericht, dat de laatste aan den Minis-
ter van Marine zond, over den toestand van 's Lands zeemacht in
Oost-lndië. Het behelsde dat van de vloot van haetsinck geen
enkel bruikbaar schip meer bestond. Allen waren genomen, ver-
nield of onbruikbaar gemaakt. Zijn eigen eskader kwam niet op-
dagen, zoodat er in Nederlandsch-Oost-lndië geene scheepsmacht
hoegenaamd aanwezig was. Hij poogde nu wel iets dat er naar
geleek tot stand te brengen, maar daar dit mislukte, keerde hij in