Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
64
eiland waaien en verschalkte zoo nog 17 West-Indievaarders. Een
konvooi onder den Schont-bij-nacht crtil, die zich dapper verde-
digde doch sneuvelde, werd verslagen, en de 22 schepen die hij
begeleidde werden met het schip vau crul als buit naar St. Eusta-
tius gebracht. Hetzelfde lot als 'dit eiland wedervoer St. Martin,
Saba, Demerary, Essequebo en Berbice. In Guinea was het niet beter ge-
steld. Al de forten behalve St. George del Mina, dat zich, hoe ook be-
stookt, staande hield, vielen, vooral door lafhartigheid, iu de han-
den der Engelschen; en de zeemacht der Republiek was, door de
flauwhartigheid hier te lande, te zwak om al die verre weg liggende
bezittingen te beschermen.
Deze schok was te groot voor de fiuantiën der W. I. Compagnie.
Wel ontrukte eene Eransche vloot onder bouillé, en eene andere
onder kersaint al de bovengenoemde eilanden weer aan de Eugel-
schen, en werden zij aan de Compaguie teruggegeven; ook waren
de voorwaarden voor haar, bij den vrede van Versailles iw 11 wog
al niet ongunstig te noemen '); maar haar krediet was geschokt:
zij kon hare schuldeischers niet langer betalen. Dit deed de Alge-
meene Staten besluiten om tusschen beide te treden. ïoen in 1791
het octrooi verstreken was, werd het niet vernieuwd. De W. I.
Compagnie werd ontbonden, hare schuldeischers werden zoo goed
mogelijk te Vreden gesteld, en de vrije vaart op de W. I. bezittin-
gen, die nu onder het bestuur van een' Raad van Koloniën waren
geplaatst, voor alle Nederlanders opengesteld. In 1795 werd deze
Raad vervangen door een Comité tot de zaken der koloniën en bezit-
tingen in Amerika en Afrika, uit 21 leden bestaande; doch in 1798
moest dit Comité plaats maken voor een bestuur van 5 personen,
de Raad der Amerikaansche koloniën en bezittingen geheeten; terwijl
voor het beheer van dezen Raad, even als voor dien der Oost-Indiën
de bepaling in de Constitutie van 1798 gold, dat het Uitvoerend
Eewind zorgen moest dat de jaarlijksche inkomsten verzekerd, en in
de nationale kas gestort werden.
Tengevolge der proclamatie van willem v uit Kew (blz. 41) ver-
scheen in 1796 eene sterke Britsche vloot in de West-Indische
wateren, vermeesterde daar eerst Demerary en Essequebo, in 1799
Suriname en in 1801 St. Eustatius. De kust van Afrika bleef in de
') In Oost-IndiS behielden de Engelschen Negapatnam en de vrije vaart op
den Archipel.