Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
62
den ze en vermeerderde het getal suikerplantages in Suriname tot
200, die te zamen een kapitaal van 6 millioen vertegenwoordigden,
terwijl ook Berhice en Es&equeho in hunnen handel met de Spaan-
sche koloniën vooruitgingen.
Verschillende pogingen werden er aangewend om de W.-I. Com-
pagnie uit haren neteligen toestand te verlossen. Eene ontdekkings-
reis door JACOB ROGGEVEEN in 1722 ondernomen om goudrijke eilan-
den te vinden, mislukte, en berokkende aan de Compagnie een
proces met de Oost-Indische (zie bladz. 33). Een tweede redmiddel,
bij de vernieuwing van het octrooi in 1730 bedacht, om vrije vaart
en handel op de West voor alle Nederlanders open te stellen, werd
eerst met eenige beperking, later geheel en al toegestaan, maar
hielp evenmin. Wel werkte dit middel zeer voordeelig voor afzon-
derlijke personen, reederijen of vereenigingen; maar het monopolie
der Compagnie ging geheel verloren, haar finantiëele toestand werd
hoe langer hoe ongunstiger, hare uitdeelingen daalden tot 2% pCt.
en hare aandeelen tot 40 pCt.
Straks is vermeld, dat de toestand der slaven eene der oorzaken
van het verval is geweest. Sedert de invoering van slaven uit
Afrika hadden de planters last gehad van hunne ontvluchting. Zij
begaven zich naar de bosschen, werden daarom Boschnegers of
Marrons genoemd, leefden van roof, deden onophoudelijk stroop-
tochten in de plantages die zij verwoestten, en vermoordden de
blanken. Eerst poogde men dit tegen te gaan, door de planters
zelven met hunne slaven in benden te verdoelen en een' krijgstocht
tegen de Marrons te ondernemen •, maar dit mislukte geheel en al:
de medegenomen slaven leerden zoo de bijna ontoegankelijke schuil-
hoeken en toegangen hunner broeders kennen, en voegden zich
zoodra zij konden bij hen, zoodat er meer dan 25000 alleen in
Suriname weggeloopen waren. Men moest dus, om het leven en
den eigendom der planters te beschermen, met groote kosten eene
krijgsmacht uit het vaderland laten komen, die echter door het
klimaat, de ongebonden levenswijze en de moeielijke tochten spoe-
dig versmolt. De planters werden door deze omstandigheden zeer
belemmerd en herhaalde opstanden onder de negers die zij op hunne
eigene plantages aan 't werk hadden, waren het gevolg wanneer er
Boschnegers naderden.
Deze toestand heeft voortgeduurd tot 1762, niet slechts in Suri-
name maar ook in Berbiee. Herhaalde negeropstanden cn bloedige