Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
61
Amsterdam., en een ander derde aan corn, van aerssens, Heer van
SommelsdyJc en zijne erven. Hieruit ontstond de Societeit van Suri-
name, uit drie leden bestaande: de W. I. Compagnie, Amsterdam
de erven van aerssens. Corn, van aerssens, tot Gouverneur be-
noemd, was een verstandig, beleidvol en doortastend bevelhebber,
die in de vier jaren van zijn bestuur eene geheele hervorming tot
stand bracht, en de zoo zeer vervallen kolonie in eene bloeiende
landstreek herschiep. Hij herstelde de krijgstucht, maakte een einde
aan de regeeringloosheid en willekeur der ambtenaren, liet moeras-
sen droogmaken, versterkte de forten, zooals Zeelandia, begunstigde
den landbouw, vooral de aanplanting van suikerriet en cacao '), en
legde den grond tot de stad Paramaribo, die bij zijne aankomst
slechts 20 huizen telde en later eene der fraaiste steden van Ame-
rika geworden is. Doch de haat van hen die hij tot plichtsvervul-
ling had gedwongen, verwekte een opstand onder het garnizoen; en
de krachtvolle Bevelhebber, die hen tot rede wilde brengen, werd
vermoord (1688). De Eaad van bestuur echter nam de teugels van
het bewind in handen, en slaagde er in den opstand te bedwingen
door middel der volkplanters, die te wapen waren geroepen.
Het ging intusschen de nieuwe Compagnie niet veel beter dan
de oude. Slechts eenmaal bad zij eene uitdeeling kunnen doen van
10 pCt.; sedert liep deze nooit hooger dan 5, en daalde ten slotte
tot 3 pCt. De hoofdkolonie, Suriname, moest dikwijls met geldlee-
ningen geholpen worden, en men berekent dat de geheele som van
de gelden, aan de Surinaamsche planters door de burgers van Neder-
land voorgeschoten, in 1770 ongeveer 50 millioen beliep. Ook an-
dere volkplantingen werden met schulden bezwaard, waarvan de ver-
meerderde weelde der planters, — die uit verschillende natiën, als
Portugeezen, Engelschen, Nederlanders, en uitgeweken Eransche
refugiés en Joden bestonden; — de inwendige verdeeldheden en ge-
schillen, maar vooral de slaventoestand de oorzaken waren. Hierbij
kwam dat de koloniën, in de oorlogen van 1688 en 1702, van de
Eransche vloten veel te lijden hadden en de handel daardoor ge-
stremd werd. In 1712 werd zelfs door den Eranschen admiraal van
Paramaribo eene brandschatting geëischt van 7 tonnen gouds, en
van het fort Nassau eene van 3 ton, die ook betaald zijn. Toch bloei-
') Later in 1706 begon men ook tabak, katoen en indigo aan te kweeken. Dit
laatste verving men echter in 1720 door de koffieteelt.