Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
47
ontbinding was eene weldaad voor het algemeen, ofschoon een
zware slag voor de steden waar de Kamers gevestigd waren, en
waar duizenden door haar aan brood werden geholpen.
TWEEDE A F DEELING.
GESCHIEDENIS DER WESÏ-INDISCHE COMPAGNIE.
1.
Oprichting der West-Indische Compagnie en hare
eerste ondernemingen.
Reeds in 1578 raadde bi.ois van treslong om de Spaansche zil-
vervloten in Ameriha te gaan veroveren; in 1598 en vervolgens
hadden eenige Nederlandsehe zeereizigers, zoo als mahu, de weert
en van noord, tochten gedaan naar Amerika en de Zuidzee, doch
niet veel vruchten daarvan voor den handel aangebracht. In het
begin der 17° eeuw beweerde de O. I. C. dat jaarlijks wel 100 sche-
pen op de West zouthandel dreven, en in het jaar 1609 zond de
Oost-Indische Compagnie, kamer Amsterdam, den Engelschen zee-
reiziger henry iiuDsoN voor hare rekening met een schip uit, om
den noordelijken doortocht naar Indië te vinden. Door het ijs
belemmerd, veranderde hij van koers, stevende noord-westwaarts,
en ontdekte kaap Cod en de Mudsonshaai, alwaar hij met de In-
dianen handel in pelterijen dreef. Weldra volgden meer ontdek-
kingen in die streken; terwijl men aan de Oostkust eene kolonie
aanlegde die den naam verkreeg van Nieuw Nederland. Eene
nieuwe vereeniging van kooplieden was hiervan het gevolg, die in
1610 eene verbintenis sloten onder den naam van Nieuw-Neder-
landsche Compagnie, van de Staten octrooi verkregen, pakhuizen
lieten bouwen en den pelterij-handel met de Indianen uitbreidden.
Dit duurde voort tot aan het jaar 1621, toen de vereeniging zich
oploste in de West-Indische Compagnie.
De eer van hare stichting komt, volgens sommigen, voornamelijk