Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
46
Staats-Commissie te ontbinden. Hij voldeed hieraan, en kwam in
1800 in het vaderland terug; maar door de veranderde tijdsomstan-
digheden werd er geen nauwkeurig onderzoek naar zijne daden in-
gesteld. Zelfs bekoelden de driften zoo zeer, dat hij in 1803 een
eervol ontslag verkreeg met ontheffing van alle verantwoordelijkheid,
en zitting nam in de Staats-Commissie tot de Oost-Indische zaken,
naast dirk van hoogendorp, den man die vroeger met prykenius,
van de graaff en anderen tot zijne hevigste aanklagers had be-
hoord. Waarschijnlijk had hij dit alles te danken aan zijne veelvul-
dige Memoriën en andere geschriften over maatregelen in het belang
der Compagnie te nemen, welke geschriften door een' goeden stijl
uitmuntten.
Zoo waren dan alle maatregelen, door het Comité in 1796 be-
raamd, door den loop der omstandigheden verijdeld. De hopelooze
staat der geldmiddelen, de dringende schuldvorderingen, de stil-
stand van scheepvaart en handel, en de armoede door een en an-
der onder de arbeiders op de werven en bij de ambtenaren teweeg
gebracht: dit alles maakte den toestand onhoudbaar. Eeeds bedroeg
de schuld ruim 134 millioen, behalve nog 15 millioen aan renten
door den Staat voorgeschoten. Toen dan ook bij de tweede veran-
dering van bestuur in 1798 eene nieuwe Constitutie werd gemaakt,
die de een- en ondeelbare republiek instelde, en de provinciale
schulden ineensmolt, werd daarin bij Artikel 247 bepaald: „dat de
Bataafsche MepMiek al de bezittingen en eigendommen der gewe-
zene O. I. Compagnie, benevens hare schulden aan zich trok; en
dat de geïnteresseerden en houders van actiën bij wijze van af-
koop schadeloos gesteld zouden worden." En daar het octrooi in
1799 toch ten einde liep, werd door het Uitvoerend Bewind der
Republiek, ter vervanging van het Comité, een nieuw bestuur ver-
kozen, onder den naam van Raad der Aziatische bezittingen en eta-
blissementen, die aan het Uitvoerend Bewind verantwoordelijk was.
Zoo roemloos eindigde de O. I. Compagnie, die eenmaal den we-
reldhandel beheerschte. Eene eeuw te voren begon reeds haar ver-
val, en in 1717 verklaarde een tijdgenoot, van slingeland, dat het
te verwonderen was dat zij nog bestond. Door een bestuur dat niet
voor zijne taak was berekend; door oneerlijkheid, dwingelandij en
kwade trouw, door zorgeloosheid en verkeerde finantiëele maat-
regelen; door ouderlingen naijver en kostbare oorlogen werd zij,
vroeger eene bron van welvaart, nu een last voor den staat. Hare