Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
45
wellington) tegen Java beraamde. Het versterkte kamp vav. Welte-
vreden, ingericht voor 1200 man, was een zijner maatregelen; ter-
wijl men op allerlei wijzen, vooral door vriendelijke behandeling
en afgifte van handelsartikelen op wissels op de Fransche Repu-
bliek enz., de l'ransche vloot, die in den Archipel ziek ophield, van
daar wist te verwijderen.
In het vaderland zoowel als in de koloniën was ondertusschen
zijdelings onderzoek gedaan naar de daden van nederbüRGH. De
klachten van verschillende personen waren zoo dringend en duide-
lijk geworden, dat hij, hierover bezwaard, en hoe sluw en behendig
hij zich ook in zijne brieven, adviezen en memoriën zocht te recht-
vaardigen, zijn ontslag vroeg. Voor dat hierop nog antwoord kon
inkomen, besloot hij tot het doen eener zeer kostbare reis door Java,
onder voorwendsel van onderzoek te doen naar de buitengewone
duurte der rijst, en tevens de noodige hervormingen in te stellen.
Deze tocht werd met de meeste praal ten uitvoer gebracht, maar
van onderzoek naar gepleegde schurkerijen en afpersingen is niets
gebleken.
Te Batavia teruggekomen, werd hij daar zeer onaangenaam ver-
rast door het ontmoeten van twee personen, t. w. den Eaad van
Justitie wegener, door hem in 1795 willekeurig naar het vaderland
gezonden, en thans door het Comité der O. I. zaken als Commis-
saris voor den Inlander en Raad van Indië teruggestuurd, en den
Generaal nordman, benoemd tol Opperbevelhebber. Beide hadden
bevelen die kwetsend waren voor de Commissarissen. Nederbürgh
in zijne verbolgenheid, schreef uitvoerige adviezen naar het vader-
land, beweerde dat hij, omtrent de opzendingen van ambtenaren
die hem hinderlijk waren, geene verantwoording schuldig was; be-
klaagde zich, dat de komst van nordman zijn werkkring belem-
merde, en slaagde er spoedig in zich van beide Commissarissen te
ontdoen. Hij liet wegener na weinige maanden schorsen en met
gerechtelijke vervolging bedreigen; waarop deze zich zoo beangst
maakte, dat hij heimelijk de vlucht nam. Nu lag nordman aan de beurt.
Daar deze eenige maatregelen tot herstel der krijgstucht had geno
men, die aanleiding gaven tot gemor, omdat de officieren hieraan niet
gewend waren, liet nederbürgh hem met zijnen staf arresteeren, en
dwong hem in 1799 mede naar Europa terug te gaan om daar de
beschuldigingen, tegen hem ingebracht, te doen onderzoeken. Drie
maanden daarna kwam nedekburgh's ontslag en het bevel om de