Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
43
houder benoemde Staats-Commissie ontbonden werd '). Dit Comité
betoogde dat de inrichting der Compagnie noodzakelijk moest in
stand blijven; doch dat er groote verbeteringen moesten worden
aangebracht om in het geldgebrek te voorzien, de renten en voor-
geschoten kapitalen te waarborgen en de ontbinding der Compagnie
te voorkomen. Daaronder zonden vooral inkrimping der uitgaven
en besnoeiing der winsten voor de leden der Kamers behooren.
Dientengevolge werd het Comité met nog meer leden versterkt, ei.
daarop een nader rapport ingediend, dat in het hoofdbeginsel een'
geheel anderen geest ademde. Het Bestuur der Bewindhebbers
moest afgeschaft, en daarbij moesten alle ministers, ambtenaren,
bedienden en arbeiders ontslagen worden, en vervangen door een
Comité tot de zaken van den O. J. handel en bezittingen, 28 leden
sterk, uit verschillende provinciën gekozen en zitting houdende
te Amsterdam. Holland alleen zou er 20 van mogen kiezen, omdat
deze provincie alleen wel voor 90 millioen was borg gebleven; en
ondanks de tegenkanting van Zeeland, werd dit voorstel tot besluit
verheven, en den 1 Maart 1796 in werking gebracht. De trakte-
menten der nieuwe bestuurders en ambtenaren werden nu gere-
geld; het octrooi werd nog eens voor twee jaren (tot 31 Dec. 1798)
verlengd, eu van de nieuwe inrichting en vastgestelde veranderingen
naar Tndië kennis gegeven. Er werd eene proclamatie bijgevoegd
van de „Nationale Vergadering, representeerende het volk van Ne-
derland," en een last aan de uitgezonden Commissarissen-Generaal,
om de zaken voorloopig gaande te houden, alleen met het Comité
briefwisseling te voeren en de koloniën tegen de Engelschen te be-
veiligen, of zoo mogelijk te hernemen.
Eerst in Nov. 1795 ontving men te Batavia met een Ameri-
kaansch schip het bericht van den veranderden staatkundigen toe-
stand in Nederland. Dit maakte aldaar diepen indruk op de bur-
gerij en het Bestuur. Onder de eerste ontstond eene zekere gisting;
men sprak zelfs van verraad door de Bewindhebbers gepleegd om
de kolonie in handen der Engelschen te spelen. Uit dien hoofde
werd, op aandrang van nederburgh, eene vereeniging tot stand ge-
') Tegen het einde der 18e eeuw begon, door de richting der nieuwere denk-
beelden over menschenrechten, het idee ingang te vinden dat bekrompen zelfzucht
misdaad is, en werden de Oost- en West-Indische Compagniën, als toonbeelden
daarvan, veroordeeld.