Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
42
MalaMa, Padang., Riouw, Amhoina., Banda en Tidor. Alleen Ternate
bleef door de dapperheid van den Gouverneur cranssen, en Cele-
hes, Bandjermaaing en Java door gebrek aan strijdkrachten bij den
vijand, voorloopig in ons bezit.
Intusschen was er in 1796 uit het vaderland eene vrij sterke vloot
afgezonden onder kapitein lucas, om de veroverde koloniën weder aan
de Engelschen te ontrukken. Zij verscheen aan de Saldan-
ha-baai, maar weldra openbaarde zich bf de onbekwaamheid of de
lafhartigheid van den Bevelhebber. Onder voorwendsel van de zie-
ken te herstellen en de vloot te ververschen, vertoefde hij hier een
geruimen tijd, zoo als hij reeds onderweg zich onbegrijpelijk lang hier
en daar had opgehouden. Hierdoor werden de Engelschen van zijne
aankomst onderricht, en zond elphinstone eene legerafdeelingte land
naar de Saldanha-haai, terwijl hij zelf van de zeezijde naderde om
i.ucAs in te sluiten. Zonder tegenstand te ontmoeten, ofschoon de
manschappen met brandende lont bij de stukken stonden, liep
elphinstone de baai binnen, maar geen vuur werd er gekomman-
deerd. En toen nu de matrozen bovendien nog begonnen te mui-
ten en de kreten lieten hooren: „Oranje boven! Wij vechten niet
tegen den Prins en vóór de Franschen!" werd de scheepsraad bij-
eengeroepen en sloot lucas, na kort beraad, eene schandelijke
overeenkomst. De gansche vloot werd, zonder één schot gelost te
hebben, in 's vijands handen overgeleverd, en zelfs de officieren
werden krijgsgevangen gemaakt.
Groot was de teleurstelling voor de kolonisten aan de Kaap, die
gehoopt hadden van de Engelschen verlost te worden; maar grooter
nog de verontwaardiging in het vaderland. Ook werd lücas in
1797, na zijne terugkomst, met de voornaamste officieren voor een'
krijgsraad gesteld; maar hij stierf gedurende het rechtsgeding, terwijl
de andere officieren werden vrijgesproken.
Met rasse schreden naderde ondertusschen het tijdstip van den
val der O. I. Compagnie, en dreigde den Staat een verlies van 5
tonnen gouds jaarlijks aan waaggeld, benevens ongeveer 1000 Gld.
daags aan in- en uitgaande rechten. Haar schuldenlast bedroeg in
1794 reeds 112 millioen; en daar deze staat van zaken onmogelijk
kon stand houden, benoemde het nieuwe bestuur, dat in 1795 de
leiding van 's Lands zaken op zich nam, en andere beginselen hul-
digde, een Comité tot de zaken der O. I. Compagnie, om over haren
toestand rapport uit te brengen; terwijl de vroeger door den Stad-