Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
betering te doen. In 1791 werden die voorstellen, die eene radi-
cale hervorming zouden te weeg brengen, openbaar gemaakt. Zij
behelsden: beperking van den handel der Compagnie tot minder
artikelen; opheffing van eenige factorijen; openstelling vau den
handel op Batavia, Sumatra, enz. ook voor particulieren; ontwik-
keling van den landbouw; aanmoediging der koffie- eu rijstkultuur;
heffing van ambtgelden en andere rechten ; en eindelijk uitzending
van eene Commissie naar Indië, om op de plaats zelve de bestaande
misbruiken te leeren kennen, en met de noodige macht voorzien
om ze tegen te gaan en te kunuen straffen, en eene betere orde
van zaken in het leven te roepen.
Sommige dezer bepalingen waren reeds, of werden spoedig door
Bewindhebbers ingevoerd; terwijl onder goedkeuring der Staten
door den Stadhouder in 1791 eene Staats-Commissie werd benoemd,
bestaande uit deu Advocaat der Compagnie, nederbukgh, en den
kapitein ter zee frykeniüs, die zouden bijgestaan worden door den
Gouverneur-Generaal alting en den Directeur-Generaal. Voor om-
kooping of andere kwade praktijken had men bij deze benoeming
trachten te waken, door aan de leden der Commissie hooge beloo-
ningeu toe te kennen. Immers nederbuegh genoot 3 jaar langƒ90,000
's jaars, behalve wachtgeld, weduw- of weezengeld, enz., terwijl zijn'
ambtgenoot frtkenius iets minder werd toegekend. In het laatst
van 1791 vertrok de Commissie naar de plaats harer bestemming.
Ofschoon met de meest uitgebreide volmacht voorzien, beantwoordde
hare werkzaamheid geenszins aan het doel. Door gebrek aan sa-
menstemming en overleg tusschen de leden ouderling; door allerlei
tegenwerkingen, kuiperijen en misleidingen der verschillende ambte-
naren, die in hunne verkeerde praktijken en woekerwinsten besnoeid,
soms afgezet of gestraft werden; door opstokerijen en valsche rap-
porten naar het moederland, enz., werden de goede bedoelingen
der Eegeering met het uitzenden der Commissie verijdeld, en alle
verbeteringen belemmerd of verlamd. Aau de Kaap, waar zij een
jaar (van 1792 tot 1793) vertoefde, veroorzaakten de veranderingen,
die zij maakte, zoowel bij de ambtenaren als kolonisten, wrevel en
teleurstelling. Erger nog was het, toen zij op Java hare werkzaam-
heid begon. Hoewel door den Stadhouder gewaarschuwd tegen de
familie-regeering vau den Gouverueur-Generaal alting en zijne lis-
ten, liet NEDERBüRGH zich dooT hem verleiden, en werd de goede
verstandhouding tusschen neüeebürgh en frykeniüs, die toch door