Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
grondgebied eu haar gezag zeer te vergrooten. Vooral was dit het
geval in het rijk van Mataram, waar zij door listige staatkunde en
wapengeweld haren invloed bevestigde. Na hevige oorlogen kwam
het in 1755 geheel onder hare macht. De naam van het Mataramsche
rijk verdween en werd vervangen door dien van de Vorstenlanden.
Het werd gesplitst in twee afzonderlijke staten, t. w. Soerakarta en
Djokjokarta; doch de vorsten dier beide landen, wel verre van hunne
onafhankelijkheid te behouden, werden als leenmannen der Compagnie
behandeld; en ofschoon hun de titels van Soesoehoenan (keizer) en
Sultan niet ontnomen werden, hadden zij toch slechts eene schaduw
van hunne vroegere macht.
Eeeds in 1773 had men bij de Algemeene Staten pogingen aan-
gewend om het octrooi, dat in 1774 ten einde liep, te verlengen,
doch de ongunstige toestand der Compagnie, waarover men hoorde
spreken zonder tot een juist inzicht van zaken te kunnen komen,
belette het; terwijl de geweldige misbruiken die men hier en
daar, vooral in de verschillende Kamers bespeurde, waar de geldver-
spillingen en verkeerde praktijken in het oog begonnen te loopen,
maakten, dat men de verlenging van het octrooi voorloopig slechts
voor twee jaren toestond. Intusschen was het verval voor iedereen
blijkbaar. De winsten daalden met ieder jaar; de achterstallige
schuld was reeds tot 18 mill. geklommen; eene aanzienlijke land-
en zeemacht verslond tonnen schats; en toch bleef men aan de
aandeelhouders 12 % pCt. 's jaars uitdeden. Natuurlijk moest de staat
der geldmiddelen daardoor geweldig achteruitgaan, en de schuldenlast
voor het reeds zoo uitgeputte handelslichaam ondragelijk worden.
In 1776 werd echter het octrooi, voornamelijk door den invloed
van WILLEM V, die even als zijn vader Opperbewindhebber en Gou-
verneur der O. I. Compagnie was, vernieuwd voor den tijd van
twintig jaren, tegen betaling van 3% pCt. van elke uitdeeling.
Het bestuur van den Gouverneur-Generaal de klerk is merk-
waardig door de oprichting in 1778 van het Bataviasch Genootschap
voor kunsten en wetenschappen, onder de zinspreuk: Ten nutte van 't
Gemeen, voornamelijk met het oog op aansluiting aan de Haarlemsche
Maatschappij van Wetenschappen. Het doel dezer instelling was:
uitbreiding van het Christendom, beoefening van kunsten en weten-,
schappen, door eigen opstellen van de leden en door het uitschrij-
ven van prijsvragen. Niettegenstaande allerlei wisselingen en moeidijk-
heden is dit genootschap tot heden toe in stand gebleven, en heeft