Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
37
was gebleken dat de voordeelen zeer waren verminderd, en dat de
schuld der Compagnie in Oost-lndië reeds eene som van 5 millioen
bedroeg. Verschillende verplichtingen werden toen aan de Bewind-
hebbers opgelegd (als o. a. het bevorderen en voortplanten der
„Gereformeerde religie"), eu daardoor werd hunne zelfstandigheid ver-
broken en hunne macht gefnuikt. Bij eene tweede verordening in 1748,
dus nog zes jaren vóór het verstrijken vau den termijn, werd eene
nieuwe verlenging voor den tijd van 20 jaren verleend, die in 1754
zou aanvangen, en waarvoor aan de schatkist 12 ton zou worden
betaald. De salpeter, die de Compagnie aan de Regeering leverde,
zou tegen ƒ 40 het pond berekend worden.
Onder de Gouverneurs-Generaal die valckenier opvolgden, bleef
de toestand van verslapping en achteruitgang steeds voortduren,
liet is waar, mannen als van imhofi', mossel, van riemsdijk en
de klerk poogdeu op Verschillend'.: wijzen de ingeslopen misbruiken
te keer te gaan, (zoo als mossel in 1754 door zijne bekende „Wet
tegen de weelde," waarbij hij het gebruik van koetsen, het dragen
van gouden knoopen en gespen, het pronken en pralen op bruiloften
en begrafenissen beperkte); — ook werden de inlandsche vorsten
of die der buitenbezittingen, wanneer zij het gezag bemoeilijkten,
tot gehoorzaamheid gedwongen. Maar de voordeelen daardoor be-
haald, zoowel als door de verpachting van den thee- en opium-
handel, en de regeling der belastingen, brachten slechts tijdelijk
verademing aan. De grondoorzaken van het verval, — het bederf
iii de inwendige administratie, waar inhaligheid, verkwisting en
zedeloosheid op de onbeschaamdste wijze door de dienaren der Com-
pagnie werden gepleegd, zoowel als de zwakheid van het bestuur
in het moederland, waren niet weg te nemen zonder een krachtig
tusschenbeide treden; — en de toestand in Europa, zoo in het
staatkundige als in het burgerlijke, liet zulk eene inmenging niet
toe. Wel werd in 1749 de pas benoemde Stadhouder, willem IV,
door de Compagnie uit erkentelijkheid tot Opperbewindhebber en
Gouverneur der O. I. C. benoemd, en met zoo groote macht bekleed,
dat die der Bewindhebbers weinig meer beduidde; maar willem IV
was de man niet om den Augias-stal te zuiveren. Zijn spoedig
daarop gevolgde dood, en de politieke toestand van Europa verhin-
derden het eindelijk geheel en al.
In de eerste helft der 18° eeuw wist de Compagnie, door zich in
de verschillende twisten der inlandsche vorsten te mengen, haar