Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
het. De toenmalige Gouvernenr-Generaal, valckenier, een trotseh,
opvliegend, partijdig en wreed man, die meer gevreesd dan geacht
werd, wilde alle mogelijke gestrengheid aanwenden om eene samen-
zwering, die men vermoedde tussehen de in de stad wonende Chinee-
zen en de oproerlingen daar buiten te bestaan, te onderdrukken.
De meeste leden van den Hoogen Raad van Indië, o. a. van imhofp,
waren er tegen, omdat zij rustig bleven. Maar, ofschoon het voor-
stel van valckenier „dat de voorzichtigheid gebood zich van de
Chineezen in de stad te ontdoen" met verachting werd afgewezen,
gaf deze toch, terwijl van imhofe en anderen de voorsteden verde-
digden, door een mondeling bevel aan eenige vrijwilligers het sein
tot verdelging '). Nu begon een tooneel van moord, brandstichting
eu plunderzucht waarover de menschheid moet blozen. Het uitvaag-
sel der Europeanen sloeg in de Chineesche wijk; men sleepte de
bewoners naar buiten, bedreef de schandelijkste buitensporigheden,
doodde ze op de daken of in het water, en sprong zelfs in de gracht
om de vrouwen en kinderen te vermoorden. Men stak de huizen
in brand, martelde de nog overgeblevenen dood, en maakte zich aan
de ijselijkste gruwelen schuldig. Den ganschen nacht hoorde men
de angstkreten der vervolgden en het gejammer der stervenden,
's Anderendaags gaf valckenier nog in koelen bloede het bevel,
om de 50Ü gevangen gemaakten om het leven te brengen. Zelfs
de zieken en gekwetsten in het hospitaal werden niet gespaard.
Eerst toen bluschte men den brand en begon men de lijken op te
ruimen, waarbij het bleek dat meer dan 10,000 Chineezen waren
omgekomen. De belegeraars, door hongersnood, ziekte en den in-
vallenden regentijd geteisterd, braken eerlang het beleg der stad op;
de Hooge Regeering beloofde vergiffenis aan hen die tot onderwer-
ping kwamen, en op eene aangewezen plaats te Batavia wilden ko-
men wonen; en, vreemd genoeg, weinige weken na deze gebeur-
tenis telde men reeds weder 1200 Chineesche huisgezinnen in de
zoogenaamde Chineesche wijk. In het vervolg kregen zij weder ver-
lof om zich in Batavia en de omstreken neder te zetten.
Ziedaar de euveldaad bedreven, die den Nederlandschen naam voor
altijd schandvlekt, en eene der donkerste bladzijden in de koloniale
') Sommigen beweren, dat niet valckenier, maar van imhoff het bevel zou
gegeven hebben; anderen dat valckenier het niet dan bij oogluiking, of ook met
tegenzin heeft geduld. Beide beschuldigingen zijn echter onbewezen.