Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
84
die aan haren bloei knaagde, dagteekent reeds van 1667. In dit
jaar had zij hulp beloofd aan de Algemeene Staten en daarvoor
eene leening moeten sluiten. In plaats van die af te lossen, had
zij begrepen haar krediet te moeten handhaven door groote uitdee-
lingen, die zelfs 25, 30, ja 40 ten honderd bedroegen. Hierdoor
ging hare overwinst van 40 millioen, hierboven genoemd, jaarlijks
eerst met 2, later met 3 millioen achteruit, zoodat er in 1723 nog
5 millioen over was, in het volgende jaar er niets meer van bestond,
terwijl de rekening van 1737 sloot met een te kort van 1 % millioen.
Om echter haar krediet staande te houden, en de aandeelen door
vermindering der uitdeelingen niet te doen dalen, ging zij weder
nieuwe leeningen en schulden aan. Waren nu de handelswinsten
dezelfde gebleven, en de uitdeelingen trapsgewijze verminderd, dan
zou alles terecht zijn gekomen. Maar nu noch het eene noch het
andere geschiedde, moest haar ondergang eenmaal het noodzakelijk
gevolg van hare verkeerde handelwijze zijn.
In 1722 liep het gezag der Nederlanders op Java groot gevaar
door de samenzwering van elberfeld, die 17000 leden telde en ten
doel had alle Europeanen te vermoorden. Weinige uren vóór de
uitvoering werd het plan ontdekt, en werden 50 der hoofdaanleggers met
den dood gestraft. Grooter gevaar echter dreigde te ontstaan door
de ontzettende toeneming van Chineesche fortuinzoekers op dit
eiland. Reeds sints eenigen tijd was de aandacht van het Bestuur
daarop gevestigd geweest, en waren er middelen aangewend om het
te temperen. Immers, zij kwamen arm en berooid op Java; wis-
ten zich daar door allerlei ongeoorloofde middelen, als knevelarij,
woeker, enz. ongehoorde schatten te verwerven, en keerden dan naar
hun vaderland terug, om door andere, even arme bloedzuigers te
worden vervangen. Men trachtte het kwaad te keeren door die
Chineezen, welke geen middel van bestaan konden aanwijzen, naar
Ceylon te doen verhuizen, waar gebrek aan landbouwers bestond;
maar de onhandige wijze en het geweld waarop dit met de behoef-
tigen ondernomen werd, en de afpersingen die men later den rijke-
ren oplegde om de gedwongen landverhuizing te ontgaan, verwekten
wrevel en verzet. In Batavia en de Ommelanden telde men er om-
streeks 60,000, waarvan ongeveer 10,000 in de stad woonden. Eerst
vluchtten zij naar het gebergte en de bosschen, waar zij aan alles
gebrek leden, en door den honger tot plunderen en brandstichten
oversloegen. Daarop belegerden zij in 1740 Batavia en omsingelden