Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
der Compagnie te veroorzaken '). Deze had intusschen herhaaldelijk
de Hooge Regeering bijgestaan in de verschillende oorlogen der
RepMiek, waarom haar octrooi eerst tot 1700, later tot 1740 ver-
lengd was geworden. Zij had eene sterke vloot en een leger van
8000 man tot hare beschikking. Zij had alle Europeesche volken uit
den Archipel verdreven, aan alle Oostersche vorsten ontzag inge-
boezemd, en de laatste 37 jaren der 17° eeuw jaarlijks 20 pCt.
uitgedeeld; terwijl zij bovendien nog 40 millioen overschot van
handelswinsten bezat.
Toch openbaarde zich van lieverlede achteruitgang. Door de kne-
velarijen vooral jegens de Chineezen gepleegd, ging de handel in
thee, die willekeurig met van den prijs verminderd werd, aan-
merkelijk achteruit, hetgeen voor de kooplieden een aanzienlijk
verlies opleverde. Door de ontrouw en toenemende weelde der amb-
tenaren werden er groote voordeelen aan de Compagnie onttrokken,
en welke maatregelen, door zware straffen, zelfs door bedreiging der
doodstraf, daartegen ook genomen werden, het kwaad bleef bestaan
en scheen onuitroeibaar. Waarschijnlijk is het dat de Gouverneurs-
Generaal en de hoogere ambtenaren zelven het voorbeeld gaven van
kwade trouw. Door de uitbreiding van haar gezag was de Compagnie
verplicht grootere uitgaven te doen voor legers, vloten en ambtenaren,
jaargelden aan inlandsche vorsten, kostbare gezantschappen, rechts-
gedingen enz. 2). Voeg hierbij den loop der wereldgebeurtenissen;
de verslapping in den ondernemingsgeest in het begin der 18* eeuw op-
gemerkt; de veranderde denkwijze over geldwinning; de meerdere uit-
breiding die Engeland aan zijn handel en scheepvaart gaf, nadat
het rust gekregen had van zijne binnenlandsche verdeeldheden; de
oprichting van verschillende buitenlandsche maatschappijen, als die
van Gothenburg in Zweden, van de Philippijnsche eilanden in Spanje,
en eindelijk de weifelende staatkunde van de Republiek, en wij
hebben de voornaamste oorzaken van haar verval genoemd.
Maar de hoofdoorzaak lag in haar zelve. De inwendige kanker,
') Onder het bestuur van den Gouverneur-Generaal joan van hoorn (1704 —
1709) maakte de Compagnie van hare macht gebruik om zich in den opvolgings-
oorlog in het rijk van Mataram te mengen. Zij wist zich op trouwelooze wijze van
dit rijk meester te maken, en haar grondgebied te vergrooten; zoodat, met uitzon-
dering van Bantam in het Westen, cn Balemboan in het Oosten, het grootste deel
van Java haar toebehoorde, of ten minste van haar afhankelijk werd.
-) B. v. met de West-Indische Comp. over de zaak van jacoe koggeveen.