Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
32
Compaguie daar als eene macht, wier staatkundig overwicht door
geen inlandsch vorst meer straffeloos kon gehoond worden, en wier
bloei straks zijn toppunt zou hebben bereikt.
4.
Hoogste bloei der O. I. Compagnie.
De laatste 25 jaren der 17" en het eerste gedeelte der 18° eeuw
leveren weinig belangrijks op voor de geschiedenis der Compagnie.
Het zij genoeg hier aan te stippen, dat haar aanzien en bloei steeds
toenam; dat er verschillende binnenlandsche oorlogen werden ge-
voerd, waarin door onze landgenooten v. goens en speelman veel
dapperheid werd betoond en die bijna geregeld tot haar voordeel
uitliepen; dat de theehandel werd uitgebreid, en wat het voornaam-
ste was, dat de koffleteelt onder den Gouverneur-Generaal willem
van outhoorn in 1696 op Java werd ingevoerd en de eerste aan-
voer van Javakoffie in 1706 plaats had '). Belangrijk waren dan
ook de voordeelen die er genoten werden. Jaarlijks keerden er door
elkander 30 a 40 schepen terug, waarvan de lading op ongeveer 10
millioen geschat werd.
De koffieteelt opent als het ware een nieuw tijdvak in de ge-
schiedenis onzer koloniën, uithoofde van de uitgebreidheid die zij
verkreeg, en de enorme winsten die zij afgeworpen heeft, terwijl
zij den specerijhand ei meer heeft verdrongen. In 1712 vindt men
op de cargalijst slechts 894 pond Java-koffie vermeld; in 1862 ruim 130
millioen oude ponden.
Het ligt niet in ons bestek de verschillende Gouverneurs-Gene-
raal gedurende dit tijdperk te behandelen. Over het algemeen
kenmerkt zich geen hunner door bijzondere veerkracht; integendeel,
verscheidene onder hen hebben door hun flauw bestuur, of door
laakbare handelingen en knevelarijen, medegewerkt om het verval
') Zie: Bijdragen tot de kennis der voorn, voortbr. van N.-I., uitgegeven door
de Maatschappij tot Nut van 'l Algemeen, II, de Koffij. blz. 13.