Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
Formosa zich hadden iieêrgezet en hevig onderdrukt werden. De
Gouverneur coyet, niet zonder reden beducht voor de gevolgen,
zond om hulp naar Batavia, waar het Bestuur eene vloot van 14
schepen ouder van der laan afzond om versterking te brengen.
Deze echter, misnoegd over coyeï die hem van een' aanslag op
Maeao terughield, vertrok met achterlating van weinige manschappen,
en bracht een zoo ongunstig verslag over coyet uit, dat het Bewind
een' opvolger, clenk, afzond om hem te vervangen.
in dieu tusschentijd had coxinga vreeselijke vorderingen gemaakt,
alle plaatsen en forten behalve Zeelandia vermeesterd en zijne krijgs-
gevangenen met ongehoorde wreedheid behandeld. Toen clenk voor
Formosa verscheen en den stand van zaken bemerkte, waagde hij
het zelfs niet aan land te komen; hij haastte zich, bij het opkomen
van een' storm, het eiland te verlaten en''naar Japan te zeilen, onder
voorgeven van gebrek aan rijst en water. Coyet, aan zich zeiven
overgelaten en vau alle kanten nauw ingesloten, bood een' hard-
nekkigén tegenstand ') en zou het misschien uog langer hebben uit-
gehouden, waren de zwakheid eu hooggaande nood der bezetting
niet aau de belegeraars bekend geworden door de bemanning vau
een gestrand vaartuig. Dit schip behoorde tot een eskader dat het
Bestuur te Batavia, nu eindelijk van het dreigend gevaar overtuigd,
onder gauw tot ontzet had gezonden; het duurde te lang voor dat
die vloot het waagde te lauden, waarom de krijgsraad, tegen den
wil van coyet, besloot met den vijand te onderhandelen. Hij
bedong vrij redelijke voorwaarden. De bezetting mocht met krijgseer
uittrekken en behield vrijeu aftocht; doch alle bijzondere eigendom en
de goederen der Compagnie, op l'/a millioen geschat, vervielen aau
den overwinnaar, die daarop de weinige gevangenen, welke hij nog
in zijne macht had, in vrijheid stelde. — Op schandelijke wijze werd
coyet, bij zijne terugkomst op Java, door de Hooge Regeering be-
handeld. Aan hem alleen werd het verlies van Formosa toegeschre-
ven; hij werd veroordeeld lot schavotstraf, verbeurdverklaring van
goederen, twee jaren gevangenis en eeuwigdurende ballingschap.
Twaalf jaren later werd hem door den Stadhouder willem III ver-
zuchting van straf eu verlof tot terugkeer in het vaderland ver-
leend, dewijl het gebleken was, dat het verlies van /'omosa hoofd-
zakelijk te wijten was aau de verkeerde maatregelen door den Raad
'j Bekenil is liet geüiag van ,\ntonii)a hamhkoek „den Ncdorlamlsehen liegulus,"