Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
laudvoogdeu, spbcx, brouwer, en van diemen, kan opgemerkt worden.
De eerste, even als zijn opvolger tegen den zin der Bewindhebbers
gekozen, maakte zich op Jam gehaat door zijne strenge handelwijze jegens
pieter nuijts. Gouverneur van Formosa, die op eene hoogst onrecht-
vaardige wijze terechtgesteld en gevonnisd werd. Hij bracht den geheelen
kruidnageloogst der Banda-eilanden aan de Compagnie, en vaardigde
strenge plakkaten uit tegen den smokkelhandel, of, zooals men gewoon
was dien te vergoêlijken met den naam van „handel voor eigen rekening,
door schepelingen, ambtenaren en dienaren der Compagnie." Met dezelfde
gestrengheid ging hij te werk ten opzichte van den handel der vrijlie-
den, die zich slechts op Batavia, Banda of Amhoina mochten vestigen,
eil die hij dwong om alleen handel te drijven op die plaatsen in
Oost-lndië, waar de Compagnie nog geene factorijen had gesticht.
Ook mochten zij hunne bezittingen niet naar Europa medevoeren,
maar moesten die in Indië verkoopen, eu door tusschenkomst der
Compagnie de daarvoor verkregen sommen naar Nederland overma-
ken. De geduchtste straflen, zelfs de pijnbank, werden hierbij be-
dreigd. Natuurlijk dat de inboorlingen niet zachtzinniger werden
behandeld, en dat wrevel, onwil en verzet dikwijls de gevolgen
waren van de tirannieke handelwijze der ambtenaren.
Met tegenzin hadden de Bewindhebbers in der tijd specx tot
Gouverneur-Generaal benoemd. Zij hadden daartoe aangewezen den
Bewindhebber der kamer Amsterdam, henurik brouwer; doch daar
deze juist als onderhandelaar over den Ambonschen moord in Lon-
den was, duurde het geruimen tijd, alvorens hij voor de hem be-
stemde hooge betrekking beschikbaar was. Eindelijk in het vader-
land teruggekeerd, wilde hij haar niet aannemen dan op voorwaarde
dat zijn verblijf niet langer dan 3 jaren zou duren, en dat hij, bij
zijn' terugkeer, de betrekking van Bewindhebber der kamer Amsterdam
zou terugbekomen.
Van broower's bestuur valt weinig te zeggen. Hij handhaafde
de maatregelen van zijn' voorganger, en drong er bij de Kamer van
Zeventienen op aan, om Nederlandsche kolonisten naar Indië te
zenden, of hun ten minste vestiging te vergunnen, als een tegen-
wicht tegen de toenemende vermeerdering van Chineezen in den
Indischen Archipel. Maar, hoe ook doordrongen van het gevaar dat
de bezittingen door den toevloed dezer listige kooplieden dreigde,
men aarzelde tot de vergunning over te gaan. Men wilde uit
eigenbaat de Nederlanders en hunne kapitalen uit Indië keeren;