Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
19
boina geen onrecht was gepleegd," werd de zaak echter herhaalde-
lijk door de Engelschen aangewend om den volkshaat tegen Neder-
land op te wekken, en kwam, bij elke aanleiding tot oorlog tus-
schen de beide volken, althans tot 1672 toe, telkens op nieuw
ter sprake.
Daar de tijd van carpentier's bestuur in 1627 ten einde liep,
en de staat van zaken in Oost-Indië door de laatste voorvallen
eenigszins gespannen was, besloten Bewindhebbers een krachtig en
doortastend man in zijne plaats te zenden, en lieten daartoe ander-
maal het oog vallen op jan pz. koen. De Engelsche Ambassadeur
verzette zich met kracht tegen deze benoeming, wellicht uit haat
over het gebeurde op Amboina en de verdrijving der Engelschen
van Jacatra; doch koen nam de opdracht op zeer voordeelige
voorwaarden aan en vertrok met eeue vloot van 7 schepen. Het
verhaal van sommigen, als zou hij als konstabelsmaat aan boord ge-
gaan zijn, en zich eerst op de hoogte van Madeira aan den scheeps-
raad bekend gemaakt hebben, om zijn vertrek voor de Engelschen
te verbergen, wordt thans vrij algemeen voor een sprookje gehouden.
In Indië aangekomen, bleek het alras dat zijne tegenwoordigheid
hoogst noodzakelijk was. De stad Batavia werd door de inlandsche
vorsten met nijdige oogen aanschouwd; en daar in het algemeen
het verblijf der onzen hun een doorn in het oog was, trachtte de
vorst van Mataram hen uit Java te verdrijven. Eene list, door hem
gebruikt om zich van Batama meester te maken, door het toe-
zenden van vee en andere geschenken in prauwen, die daartoe in
groot aantal op de reede kwamen, mislukte. Daarop verscheen hij
zelf in 1628 met een leger van 12000 man voor de stad, die
slechts 700 man bezetting had. Koen echter wapende de inland-
sche bevolking, alsmede 5 a 6000 Chineezen, liet een uitval doen
die met goed gevolg bekroond werd, en slaagde er in om hen te
verdrijven, niettegenstaande de belegeraars wanhopige en woedende
pogingen aanwendden tot vermeestering der stad.
Koen, die terecht begreep dat zij te gelegener tijd hunne pogin-
gen zouden hervatten, had terstond na hunnen aftocht de stad Ba-
tavia in een' geduchten staat van tegenweer gebracht. En inder-
daad, reeds in het volgende jaar keerden zij met 100,000 man en
aanzienlijken krijgsvoorraad terug, en belegerden Batavia andermaal.
Om eene afwending to maken zond koen eene expeditie uit, om
's vijands magazijnen eu vooriaad te vernielen, en de rivieren waar-