Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
gebracht, eu tieu hunner met negen Japanneezen en een inlander
ter dood veroordeeld. Na een proces, dat wel wat met overhaasting
gevoerd werd en slechts 14 dagen duurde, werd één Engelschman
vrijgelaten, de negen anderen met hunne lotgenooten, 19 in getal,
daarentegen onthoofd. Eerst in het volgende jaar (1624) kwam de tij-
ding van het gebeurde in Europa aan en verwekte aldaar buiten-
gewone belangstelling. "Wel was men hier gewoon aan klachten
over miskenning van de rechten der Engelschen in Oost-lndië, en
vonden deze daarom juist niet zeer veel ingang; maar toch, de
Gouverneur-Generaal carpenïier was over de handelwijze van van
speult zeer ontevreden, en ook in Nederland keurde men zijne voort-
varendheid af. In Engeland echter veroorzaakte de tijding eene al-
gemeene verontwaardiging. Men ontkende het Souvereiniteitsrecht;
beweerde dat de Hollanders wederrechtelijk aan vreemdelingen de
handen hadden geslagen, en dat het gansche verhaal der samen-
zwering slechts een verzinsel was geweest om de Engelschen uit
Amhoina te verdrijven. Onzerzijds werd daarentegen beweerd, dat
alles naar recht en landsgebruik vras geschied; doch dit belette niet
dat er op scherpen en dreigenden toon door de Engelsche regeering
voldoening werd geëischt, en gevorderd dat van speüi.t en de Raad
van het kasteel van Ambon naar Londen zouden gezonden worden
om wegens dien moord terecht te staan. Men sprak zelfs van het
aanhouden van schepen die in Engelsche havens mochten binnen-
vallen, en van het doen nemen onzer retourvloot '). Hierdoor
waren de Algemeene Staten in 1628 gedwongen de zaak au.
dermaal door bijzondere rechters te doen onderzoeken. Door de
hooge eischen der Engelschen werd zij sleepende gehouden tot aan
1654, bij het sluiten van den vrede van Westminster, na den eer
sten Engelschen oorlog. Tot schadeloosstelling werd hun toen het-
eiland Rhun, een der 'Banda-eilanden afgestaan, benevens eene som
van ongeveer 40,000 Gulden ten behoeve der erfgenamen van de
zoogenaamde slachtoffers van den moord, die, naar het beweren der
Engelschen, vóór hunnen dood, nog aan den predikant verklaard
hadden dat zij onschuldig waren. En ofschoon onze gezant brasser
in 1634 naar het vaderland schreef, „dat de Groot-Thesaurier van
Engeland genoegzaam overtuigd was, dat er door de onzen op Am-
') In 1628 was carpentier een onzer gezanten in Engeland, om over het ge-
beurde van Ambcina te onderhandelen.