Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
16
werd besteed. Natuurlijk dat eene zoo groote macht in den Staat,
gevoegd bij zoo ontzettende voordeelen, eensdeels vrees verwekten
voor mogelijk misbruik, en anderdeels den wensch deden ontstaan
om meer vrijzinnige handelsbeginselen te huldigen, het monopolie
op te heffen en den handel op de Oost voor alle Nederlanders
open te stellen. Maar dergelijke liberale begrippen waren toen nog
maar zeer weinig verspreid; en mochten al sommigen in den lande
beweren, dat zoodanige vergunning voor den Staat zoowel als voor
de burgers voordeelig zou werken, de Algemeene Staten achtten
het, bij de hervatting van den oorlog met Spanje na 1621, noodza-
kelijk dat er vereenigde en krachtige maatregelen tot aanval en
verdediging genomen werden. Daarbij waren er verdragen gesloten
met inlandsche vorsten, verbintenissen aangegaan met de Engelschen,
en uit 's lands kas geldeu aan de Compaguie verstrekt die nog
niet teruggegeven waren, zoodat het gevaarlijk geacht werd haar
tegen zich in het harnas te jagen. Uit dien hoofde werd het oc-
trooi door de Algemeene Staten verlengd voor den tijd van
21 jaren, integaan 1 Jan. 1623, en op zulke voorwaarden, dat
er een nauwkeuriger toezicht door hen kon gehouden worden
op de verschillende handelingen der Compagnie.
Nadat koen zijn ontslag gevraagd en carpentier tot zijn opvol-
ger aangesteld had, verliet hij het door hem gestichte Batavia,
den roem nalatende van, door zijn uitstekend bestuur, de Neder-
landsche macht in Indië op hechte grondslagen gevestigd en duur-
zaam gemaakt te hebben. Wel verwijt men hem te groote gestreng-
heid, en karigheid en eenvoudigheid in zijne huishouding, hetgeen
voor iemand die den rang van Gouverneur-Generaal bekleedde, in
Oost-Indië niet genoeg indruk maakte. Maar men vergete niet, dat
hij in een hoogst moeielijk tijdsgewricht tot die hooge betrekking
geroepen was; dat het zedenbederf onder de dienaren der Compa-
gnie eene buitengewone hoogte had bereikt, en in dronkenschap, on-
eerlijkheid, onbekwaamheid en mishandeling der inlanders en hunne
vrouwen zijne wedergade niet had '); en dat er een man van meer
dan gewone talenten vereischt werd, om te zorgen dat het eenmaal
verkregene niet weder verloren ging. Zoo ten minste begreep men het
in het vaderland. De Algemeene Staten vereerden hem eene gouden
') Curieus is o. a. de beschrijving van eene dank-en biddagviering op het fort
te Jacatra tijdens het beleg. Zie dt Jongt, Deel IV