Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
tooneel als te Jacatra werd hier vertoond. De bevolking, door de
Engelschen ondersteund, was tegen het gezag der Compagnie opge-
staan; maar ondanks de tegenwerking der Engelschen werd zij door
koen krachtdadig aangevallen en tot onderwerping gebracht. Om
nu voortaan een' opstand onmogelijk te maken, verplaatste hij een
goed deel der bevolking van Banda naar Java, alwaar hun een stuk
gronds ter bebouwing geschonken werd; maar juist door dezen
maatregel van geweld veroorzaakte hij, dat er een vreeselijke haat
tegen de onderdrukkers ontstond, en de inboorlingeu, zooveel zij
konden, hunne woonplaatsen verlieten om eene gewelddadige ver-
plaatsing te ontgaan. Dien ten gevolge moest koen, te Batavia
wedergekeerd, 400 Nederlanders naar de Banda-eilanden zenden
om de geheele ontvolking daarvan te voorkomen. Zij kregen gron-
den voor de muskaatnotenteelt geschikt, in tuinen of perken afge-
deeld, waarvan hun naam, perkeniers, afkomt; terwijl zij voor hun-
nen arbeid aanvankelijk slaven, doch later veroordeelde misdadigers
gebruikten.
De tocht naar China had geene andere gevolgen dan de vesti-
ging op Formosa, waar de Chineezen weldra met de Nederlanders
een' levendigen handel in ruwe zijde, konfituren en suiker begon-
nen. Dit geschiedde echter niet dan na verschillende gevechten,
waarbij duizenden Chineezen en honderden Hollanders krijgsgevan-
gen werden gemaakt. En daar de Chineezen van geene uitwisseling
wilden hooren, werden zij, 1400 in getal, naar Java gevoerd, en als
slaven verkocht.
Aan deze tochten hadden de Engelschen geen deel willen nemen ;
wel aan die naar Japan. Zij vonden echter de voordeelen te gering,
en deden daarom vrijwillig afstand van hun aandeel in den han-
del op dit rijk. Latere pogingen tot weder aanknooping dier be-
trekkingen, mislukten door de hardnekkigheid van het Japanneesch
bewind.
Intusschen was in 1623 de tijd van het octrooi verstreken. De
Algemeene Staten beraadslaagden dus over de verlenging daarvan,
en bevonden dat 29 millioen, dus 4% maal de inlegsom, als divi-
dend was uitgekeerd; dat er eene even groote som aan geld en
koopwaren aanwezig was; dat de Compagnie 74 oorlogschepen met
het noodige geschut benevens ruim 30U0 soldaten in dienst had,
en dat van de gewone lasten die in Indië werden opgebracht (2
millioen Gulden), meer dan de helft aan de kantoren en forten