Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
de overige bezittingen slechts gemeenschappelijk mochten handelen,
tegen genot van V3 der winsten voor de Eugelschen en ^/s voor de
Nederlanders; 3. dat zij gezamenlijk den handel op C/^ïm« gewapen-
derhand zouden openen, en de in- en verkoopsprijzen der verschillende
artikelen onderling regelen; 4. dat er een zoogenaamde Raad van
defensie te Batavia gevestigd zou wezen, uit vier leden van elke natie
bestaande, beurtelings elke maand door een der leden voorgezeten ;
5. dat iedere Compagnie tien oorlogschepen zou uitrusten tot verdedi-
ging der bezittingen en des handels; 6. dat de forten in handen der
tegenwoordige bezitters zouden blijven, maar de nieuw aan te bouwen
of nog te veroveren gemeenschappelijk zouden worden bezet; 7. dat
de Engelschen geene forten zouden mogen aanleggen en 8. dat alle ge-
schillen, die er mochten ontstaan, beslecht zouden worden door den
koning van Engeland en de Algemeene Staten der Republiek.
Het was te voorzien dat zulke bepalingen, tusschen twee zoo na-
ijverige lichamen, onophoudelijk tot botsing aanleiding zouden ge-
ven. Ook was er, ofschoon de Engelsche vloot door koen vriend-
schappelijk ontvangen werd, reeds heimelijk besloten om de vesti-
ging der Engelschen zooveel doenlijk te belemmeren; daarom werd
hun geweigerd, op de plaats die zij hadden uitgekozen, eene loods
te bouwen en werd hun eene andere, onder het bereik van het
geschut der vesting, aangewezen. Tevens werd er besloten, om die
Engelschen die weigeren mochten, wegens gepleegd onrecht, voor
Nederlandsche rechters te verschijnen, gewelddadig uit hunne hui-
zen optelichten, of andere Engelschen als hunne borgen gevan-
gen te nemen. "Weldra kwamen er dan ook reeds verschillende
kwade praktijken aan het licht. In de betaling der kosten van den
oorlog, ten behoeve van beide natiën te Bantam en Goa van 1620—
] 623 gevoerd en die % millioen Gld. bedroegen, vertraagden de En-
gelschen met de betaling van hun aandeel. Gold het daarentegen
het verdeelen van winsten, dan vorderden zij aanhoudend een
derde, ofschoon zij slechts een vijfde in de uitgaven betaalden.
Toen de Gouverneur-Generaal een' tocht naar Banda noodzakelijk
achtte en de deelneming der Engelschen eischte, verklaarden de
Engelsche leden in den Raad van defensie, dat zij geene schepen
beschikbaar hadden voor zulk een' tocht; gelijk zij ook volstandig
weigerden aan eene onderneming tegen China deel te nemen.
Niettegenstaande dit alles begaf zich de Gouverneur-Generaal in
1621 met eene Nederlandsche vloot naar de Molukken. Hetzelfde