Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
trek van 3 a 4 mijlen; dat deze hoofdplaats den naam van Bata-
via, hare inwoners dien van Batavieren zouden dragen; en dat zij
zoodanig zou moeten gelegen zijn en ingericht worden, dat de
goederen der Compagnie uit de verschillende streken van den Ar-
chipel met kleine vaartuigen aldaar aangebracht en veilig bewaard
werden, totdat zij door grootere schepen naar Europa konden wor-
den vervoerd.
Sedert eenigen tijd hadden de vrienden van le mairb in Frankrijk
eene Compagnie opgericht en schepen naar Indië gezonden; en Iiadden
ook de Engelschen, jaloersch op onzen voorspoed, gepoogd vasten voet
in Oost-Indië te verkrijgen en den handel der Compagnie te belem-
meren. Zij hadden daartoe mede eene Compagnie opgericht; doch haar
kapitaal was zesmaal kleiner dan het Nederlandsche; en daar nu hunne
pogingen om handelsbetrekkingen aan te knoopen niet zoo gelukkig
slaagden, lieten zij zich door haat en naijver verleiden om de inlandsche
vorsten tegen de Hollanders op te zetten, of hen in andere onaange-
naamheden te wikkelen. Voegt men hier nog bij, dat de vorsten op Java
sedert eenigen tijd met wantrouwen de vestiging van zoovele Europe-
anen aanschouwden; en dat er eene voorspelling onder de inboorlingen
rondliep, dat Indië een volk van blanken overheerscht zou worden,
dankan men zich een denkbeeld vormen van de onrust en spanning, die
er heerschten, en van de noodzakelijkheid tot betooning van macht.
Immers de Javanen wilden met behulp der Engelschen eerst de Ne-
derlanders, als de machtigsten, uit hun eiland verdrijven, om daarna
ook hunne bondgenooten daaruit te jagen. Toch wenschten zij de
voordeelen te behouden, die de aangeknoopte handelsbetrekkingen
hun bezorgden; van daar hunne dubbelzinnige politiek, die hen tot
allerlei listen verleidde.
In het jaar 1619 leverde koen een' onbelangrijken zeeslag tegen
de Engelsche vloot, die veel sterker was dan de zijne, en was ver-
plicht, daar hij gebrek aan buskruit had, naar de Molukken terug te
trekken en de steenen loge of factorij, door both te Jacatra ge-
sticht, aan haar lot over te laten. Deze loge was inmiddels in
een fort herschapen en door koen onder bevel gesteld van pieter
van den broeke, die zich reeds meermalen door moed, beleid en
standvastigheid had onderscheiden. Nauwelijks was koen vertrok-
ken, of het fort werd van den zeekant door de Engelschen en van
de landzijde door de Jacatranen zoo zeer benauwd, dat van den
broeke met deze laatsten eene onderhandeling tot overgave aanknoopte.