Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
zij uaar willekeur over huune persoueti en goederen beschikten; dat
de Nederlanders daarentegen, op enkele uitzonderingen na, en als de
nood hen dwong, zich door welwillendheid vertrouwen zochten te
verwerven, hen vaak in den strijd tegen hunne vijanden bijstonden
en hunne waren tegen billijke prijzen kochten en eerlijk betaalden.
Zij hielpen dan ook wederkeerig de Nederlanders in het bestrijden
van den gemeenschappelijken vijand en in het bouwen van factorijen ;
en werkten zoo mede tot den bloei der Compagnie en daardoor
van het vaderland.
Groot waren de voordeelen die de handel der Compagnie af-
wierp. De kostbare waren, die weinig scheepsrnimte vorderden,
en de rijke buitgemaakte ladingen der Spaansche en Portugeesche
schepen, gaven in de eerste jaren fabelachtige winsten aan de aan-
deelhouders. In 1606 was de uitdeeling 75 pCt., in 1610 echtpr
50 pCt. Latere dividenden hebben nooit weder het eerste cijfer be-
reikt; het hoogste was 6272 pCt. in 1616 en 60 pCt. in 1671. Van
1771—1790 is er 5 maal geene uitdeeling gedaan; in de overige
jaren soms 1 ^'/s pCt., hetgeen echter later tot 3 pCt. is vermin-
derd ').
Bij het sluiten van het Twaalfjarig Bestand wist oldenbarnevelt den
bloei der Compagnie te bevorderen, door de voorwaarde te bedingen
dat de Nederlanders vrij mochten handeldrijven, zoowel in de Euro-
peesche staten des konings van Spanje als in zijne buitenlandsche bezit-
tingen. En ofschoon de wapenstilstand ook in Indië werd bekend
gemaakt, werd deze aldaar van weerszijden slechts voor zooverre in
acht genomen als het niet met andere belangen streed; te meer daar
Spanje hardnekkig geweigerd had Indië met name er in op te ne-
men en Spanjaarden noch Portugeezen erkennen wilden dat de
overeenkomst ook in de Oost gelden zou.
De Compagnie had eenheid gebracht in \\&remxic}\i\n^\i\Nederland,
en door het octrooi waren de beschikkingen over de retouren, de
baten, enz. geregeld. Niet alzoo in Oost-Indië. Daar was nog geen
algemeen bestuur; ieder hoofd eener factorij of eener uitrusting stond
op zichzelven. Matelief had reeds aangedrongen op de noodzake-
lijkheid, om eenheid in het bestuur en in de ondernemingen te bren-,
') Zie over de macht der O. I. C. en de rijkdommen door haar in het vaderland
gebracht: S. Stijl, De. opkomst en bloei der Ver. Ned. bl. 131 en verv.
De Nederlanders grondden hunne meening van vrijen handel ook op de Oost,
in de verklaring der Engelsche en Fransche gezanten.