Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
Zoo ingericht begon de Compagnie hare ondernemingen, welker
hoofddoel was, uitbreiding van handel en zeevaart, eene behoorlijke
winst en het ontnemen aan den koning van Spanje van die rijke
hulpbronnen, waaruit hij de middelen putte om de Nederlanders
te beoorlogen. Geen ijdele krijgsroem, geene zucht om den gods-
dienst met het zwaard uit te breiden, of om aardrijkskundige we-
tenschap te bevorderen spoorden haar tot handelen aan. Het stel-
sel door haar ingevoerd droeg al spoedig rijke vruchten, en hare
ondernemingen, meest altijd gelukkig, verspreidden onder alle stan-
den der Republiek, zelfs in de land-provinciën, welvaart en rijkdom.
Niet slechts brachten de pakhuishuren, de schuiten- en scheeps-
vrachten, de verdiensten van makelaars en kooplieden, die de Indi-
sche warea weder naar andere deelen van Europa verzonden, aan-
zienlijke schatten onder de burgers; maar ook de ambtenaren der
Compagnie genoten in Indië zelve, door ingeslopen misbruiken, van
lieverlede belangrijke voordeelen en kwamen meestal schatrijk terug.
Al aanstonds na hare oprichting en in de daarop volgende jaren
zond de Compagnie verschillende vloten, onder bekwame bevelheb-
bers uit, om hare macht in Indië te bevestigen en uit te breiden.
In 1602 vertrok van waerwijck met eene vloot naar Bantam, en
verkreeg vergunning aldaar eene loge, steenen loods of factorij te
stichten, om de gekochte goederen te bewaren en kantoor te houden.
Hij deed vergeefsche pogingen om zich in China te vestigen, ver-
meesterde onderscheidene Portugeesche schepen met rijke ladingen
van kamfer, muskus, vermillioen, zijde, suiker, enz. en keerde, na
5 jaren, met roem en buit overladen terug.
Op het einde van 1608 zeilde eene tweede vloot, veel talrijker
en prachtig uitgerust, onder van der hagen uit. Reeds in 1600
was hij op Amhoina geweest, had daar de Portugeezen met voordeel
bestreden en het „Kasteel van verre" gebouwd, de eerste Neder-
landsche sterkte in Oost-I/idië, die echter weder aan de Portugeezen
verloren was gegaan. Nu verscheen hij in 1605, na zich een
geruimen tijd aan de oostkust van AfriJca te hebben opgehouden,
op nieuw voor Amboina, eischte het fort op, vermeesterde het
zonder slag of stoot, en liet de inlandsche vorsten trouw zweren,
aan de Staten-Generaal, den Stadhouder en de Compagnie. Het
fort werd Victoria genoemd en was de eerste hoofdzetel der
Nederlanders in Oost-Indië. Van daar vermeesterde hij Tidor,
liet de daar aanwezige Portugeezen naar de Philippijnsche eilanden