Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
klaagde men hierover; om welke reden de Bewindhebbers der Oude
Compagnie, Reinier Pauw en G. Bickek, door vergrooting van hunnen
inleg, de oprichting van nieuwe vennootschappen trachtten te be-
moeielijken. De Staten-Generaal, de Stadhouder (Maurits), Olden-
barnevelt, de Staten van Holland en Zeeland dachten er echter
anders over. Geleid door de zinspreuk „Eendracht maakt macht"
wisten zij in 1602 de verschillende Maatschappijen tot één lichaam
te vereenigen. Den 20'""" Maart 1602 werd aan de Vereenigde
Oost-Indische Compagnie octrooi verleend voor den tijd van 21
jaren, in te gaan met 1603. De Algemeene Staten stonden haar,
met uitsluiting van alle Nederlanders, het recht af om beoosten
de Kaap de Goede Hoop alsmede door de straat van Magellaan te
varen, met alle vorsten als Souvereine macht overeenkomsten te
sluiten, doch altijd in naam van de Staten-Generaal der Vereenigde
Nederlanden; forten te bouwen, gouverneurs aan te stellen, krijgs-
volk en andere ambtenaren van allerlei rang en stand in dienst
te nemen, mits deze den eed van trouw aflegden aan de Hooge Over-
heid dezer landen, vrede of oorlog te maken enz.; en bepaalden
dat zij, om de tien jaren, rekening en verantwoording zou doen
aan de Staten. Voorts werden in dit octrooi (dat uit 46 Art. be-
stond) bepalingen gemaakt omtrent de inrichting, het bestuur, den
inleg enz. der nieuwe Compagnie. Zij zou bestaan uit zes afdee-
lingen, Kamers geheeten t. w. die van Amsterdam; voor Zeeland,
die van Middelburg; voor die van de Maas, de kamers van Botter-
dam en Delft en voor 't Noorderkwartier die van Hoorn en Enk-
huizen. Aanvankelijk met 76 Bestuurders uit de aandeelhouders
gekozen, moest dit aantal bij uitsterving op 60 worden gebracht;
terwijl aan eene Commissie van 17 Leden, als Bewindhebbers, de uit-
voerende macht was opgedragen. Dit Collegie, de Kamer van Zeven-
tienen genoemd, werd gekozen door de kamers Amsterdam voor 8,
Zeeland voor 4, de Maas voor 2 en 't Noorderkwartier insgelijks
voor 2 leden; en om het overwicht van Amsterdam te voorkomen,
zouden de overige kamers beurtelings het 17° lid kiezen. Zij
vergaderden twee malen 's jaars beurtelings, gedurende zes ach-
tereenvolgende jaren te Amsterdam, en gedurende de twee volgende
jaren te Middelburg; terwijl eene Commissie van 10 personen, de
Fergadering van Tienen of het Haagsche geheeten, — omdat
zij in den Haag bijeenkwamen — de werkzaamheden van de Kamer
van Zeventienen voorbereidde. Om tot Bewindhebber te worden