Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
120
Ook werd de particuliere uijverheid zeer door hem aangemoedigd,
en daardoor een betere toestand in het leven geroepen.
Belangrijker echter is de invoering van een nieuw Eeglement op
het beleid der regeering van Neêrlandscli-Indié, dat door koning
willem III, in overeenstemming met de Staten-Generaal, was tot
stand gebracht. Dit staatsstuk, waarvan de afkondiging als eene der
gewichtigste gebeurtenissen voor de Oost-Indiën mag geacht wor-
den, is tot heden toe de grondslag geweest voor het bestuur aldaar.
De geheele inrichting van dat bestuur wordt er in bepaald, als :
de samenstelling van het hoog bewind in Indië, de bevoegdheid en
verplichting der regeering, de aard en de toestand der algemeene,
gewestelijke en plaatselijke besturen, de regeling van het onderwijs,
van de eerediensten, van het recht tot verblijf in de koloniën, van
handel, scheepvaart enz.
Ook onder het bestuur der volgende Landvoogden pahud, sloet
van den beele en mijek (1856—1869) is de toestand der bezittin-
gen steeds vooruitgaande gebleven. Kleine onlusten, hier en daar
uitgebroken, werden spoedig onderdrukt, en het Nederlandsch ge-
zag in de buitenbezittingen gehandhaafd of op nieuw bevestigd. Land-
en zeemacht zijn aanmerkelijk uitgebreid, in alle takken van bestuur
is orde en regelmaat gebracht, en voor de belangen van Europeanen
zoowel als van buitenlanders meer gezorgd. Alleugskeus zijn vrij
zinniger beginselen in toepassing gebracht, of worden ten minste
voorbereid. De scherpe kanten van het kuituurstelsel zijn afgerond;
de kuituurprocenten en het ambtelijk landbezit zijn afgeschaft; vooral
is er een aanhoudend streven zichtbaar om de verstandelijke en zede-
lijke ontwikkeling te bevorderen, en tegelijk het voordeel der schatkist
in het oog te houden. Door het openstellen van eene menigte ha-
vens voor den vrijen handel, zoowel op Java als Sumatra en Borneo,
wordt het verkeer daar zeer bevorderd; terwijl door de veranderde
staatkunde van het JapanscJie rijk het monopolie der Hollanders
heeft opgehouden, en de handelsbetrekkingen met dezen staat van
een anderen aard geworden zijn.
In de laatste jaren (1851—1803) is in de West-Indische bezittin-
gen een allerbelangrijkste maatregel voorbereid en eindelijk tot stand
gekomen; t. w. de geheele afschaffing der slavernij. Eeeds in 1851
was, op aandrang van den Generaal van den bosch, gevolg gegeven
aari eene herziening van het slaven reglement, en hoewel tegen den