Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
116
Indische bezittingen onder elout en anderen gehuldigd werd. Dit
strookte noch met de denkbeelden van het toenmalig koloniaal bestuur,
noch van diegenen in het vaderland, zoowel als in de koloniën, die
alleen het heil des lands zochten in een telkens vermeerderend
batig slot. Nu was dit juist in de laatste jaren achteruitgegaan,
waardoor de gebreken van het kultuurstelsel allengskens aan het
licht kwamen. Waarschijnlijk was, door de gedurige afwisseling
van Gouverneurs-Generaal in de laatste 5 jaren (1840—1845), eene
zekere verslapping in alle takken van bestuur ontstaan, terwijl zich
eene groote zwarigheid opdeed in het finantiewezen, door gebrek
aan specie. Op voorzichtige wijze werd hierin voorzien, en de Ja-
vaansche bank door verstandige maatregelen in staat gesteld, om
aan hare verplichtingen te voldoen en hare bilj etten in zilver te ver-
wisselen. Hierdoor werd de bestaande ongelegenheid weggenomen,
en binnen vijf jaren de geregelde omloop van klinkende munt
hersteld.
Tijdens het bestuur van uochussen hadden er in 1846 verwik-
kelingen plaats over de uitzetting van den E. K. Bisschop groofp,
die eigenmachtig eenige pastoors had afgezet, welke hunne aanstel-
ling van de Eegeering ontvangen hadden. Daar deze maatregel in
strijd was met het Eegeerings-Eeglement, en de Bisschop niet wilde
toegeven, werd hij naar het vaderland teruggezonden. Van dien tijd
af is het geestelijk toezicht der Roomsch-Katholieke bewoners van
Java op eenen anderen voet gebracht, en ofschoon de Bisschop werd
verbannen, het beginsel waarvoor hij streed, namelijk dat van
geene inmenging van den Staat in kerkelijke zaken, heeft toch ge-
zegepraald.
Toen het bericht der meerdere vrijheden in Europa en ook in het
vaderland, ten gevolge der Februari-omwenteling verkregen, in Indië
bekend werd, trachtte men ook daar eenige hervormingen in het
bestuur, of veranderingen die men wenschelijk achtte, te verkrijgen.
De hoofdzaak, die men veranderd wilde hebben, bestond hierin, dat
men verzocht „de opheffing der Delftsche academie, of althans der
verplichting van ouders, die op Java woonden, om hunne kinderen
naar Nederland te zenden, wanneer deze het radikaal voor ambtenaar in
Oost-lndië wilden bekomen." — De vergadering die hierover gehouden
werd, en waarvan Ds. van hoëvell en Mr. p. mijer met verschil-
lende anderen de leiders waren, veroorzaakte eenige beweging,
waarover de Gouverneur-Generaal zich ongerust maakte en zelfs