Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
114
hunne onderwerping hadden aangeboden, en scheepte zich met het
leger naar Java in. In den loop van dat jaar werden er met de
verschillende Vorsten van Bali verdragen gesloten, waardoor de
rust voor het vervolg verzekerd werd.
Gedurende de jaren 1830 tot 1848 waren de West-Indische be-
zittingen in het algemeen niet vooruitgegaan. Door het verbieden
van den slavenhandel had men gebrek aan handen om den veld-
arbeid in de plantages te verrichten. Wel beproefde men landver-
huizers en gelukzoekers over te halen zich derwaarts te begeven;
maar dit middel baatte weinig: zij waren niet geschikt voor dien
zwaren arbeid. Daarop werd in 1843 door den Predikant van den
brandhoff met nog andere heeren een plan ontworpen, om eene
kolonie van Europeesche landbouwers, 50 huisgezinnen sterk, te
Groningen aan de Saramacca, 8 uren van Baramariho, te vestigen.
Het Gouvernement gaf daartoe verlof; doch ziekte, gebrek aan voed-
sel en andere omstandigheden werkten zoo ongunstig, dat het Gou-
vernement krachtige hulp moest verleenen. Evenwel is de kolonie
in 1853 opgeheven, en hebben de landbouwers, bf zich op de plan-
tages verhuurd, bf zich nabij Paramaribo neergezet. Door de Hooge
Eegeering zijn eenige Chineezen uit Oost-Indië naar Suriname over-
gebracht, om in de suikerplantages van het Gouvernement te arbeiden.
In 1846 en volgende jaren trachtte men meer en meer den bloei
van Suriname te bevorderen, waartoe de wakkere Gouverneur van
KADERS zich zeer veel moeite gaf. Zoo werd er een nieuwe water-
weg aangelegd, en werden de woeste gronden, daaraan gelegen, in
plantages herschapen. De handel op Suriname werd opengesteld voor
alle met Nederland bevriende volken; terwijl door de pogingen der Mo-
ravische broeders tot uitbreiding van het Christendom, en door andere
instellingen voor ouderwijs, landbouw enz. de beschaving bevorderd
werd. Toch bleef Suriname, ook onder van raders, een lastpost
voor de schatkist, naardien de inkomsten ontoereikend waren om
de uitgaven te bestrijden, en er dus gedurig subsidiën uit het va-
derland werden vereischt.
Niet zoo gelukkig was de toestand der andere West-Indische be-
zittingen. Door allerlei rampen, als aardbevingen, orkanen en ziek-
ten geteisterd, waren zij niet in staat zich zelven te onderhouden,
maar ontvingen ook zij van de Eegeering aanzienlijke subsidiën uit
de Oost-Indische baten. Krachtens het Eegeerings-Eeglement van