Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
11-Z
Koningin van Groot-Brittannië, op het 'eiland Borneo,''^ en in het
volgende jaar eene vloot van acht schepen onder cochrane aldaar
verscheen, om het Britsch gezag door den Sultan te doen eerbie-
digen. Eindelijk wierp de Engelsche Eegeering geheel het mas-
ker af, en bezette in het volgende jaar op raad van brooke het
eiland Icéoean, rijk aan steenkolen en belangrijk voor de vaart op
China, om zich ververschingen te verschaffen- Ondanks alle vertoogen
van onze zijde, waarbij men zich op de letter van het verdag be-
riep, bleven de Engelsche Ministers volhouden, dat het tractaat
hunnerzijds niet geschonden was, aangezien het betrekking had op
die eilanden, die met name genoemd waren; en dit was met Borneo
en Laboean niet het geval. Uit voorzichtigheid heeft men onder de
regeering van Koning willem II de onderhandelingen afgebroken,
en de zaak iu den toestand gelaten waarin zij zich bevoud ').
Van niet minder gewicht is de oorlog met Bali, tot driemalen
toe door de onzen gevoerd. Eeeds onder den Gouverneur-Generaal
de eerens was aldaar eene factorij der Handelmaatschappij opge-
richt, en een Gouvernements-Commissaris gevestigd, die handels-
betrekkingen had aangeknoopt. De Vorsten van Bali hadden zich
steeds het strand- of kliprecht aangematigd, dat is, het recht om
gestrande schepen te berooven en te vernielen, en zoowel de la-
ding als de manschap tot hun eigendom te verklaren. Door de
Engelschen hiervoor getuchtigd, pasten zij het evenwel in 1841
op èen Nederlandsch vaartuig toe. Hierop volgden vertoogen van
onze zijde, en ten laatste een verdrag, waarbij zij voor zich
en hunne opvolgers van het strandrecht afstand deden, en beloof-
den den zeeroof en den slavenhandel te zullen tegengaan. De Vorst
van Lomhok hield getrouw zijn woord, maar die van Bali slechts
tot in 1844. In dat jaar strandde weder een schip op de kust
van het eiland en werd beroofd; en toen de eischen om voldoe-
ning werden afgeslagen, besloot men tot een' krijgstocht.
Deze eerste tocht naar Bali, ouder bevel van den Kolonel bak-
ker in 1846 ondernomen, slaagde naar wensch. Binnen 14 dagen
De uitdrukking in het tractaat gesteld ten opzichte der grenslijn, »geene kan-
toren bezuiden straat Singapore", kon redelijker wijze niet worden toegepast op
Laboean, dat ten Noorden dier straat gelegen is. Indien bij het tractaat van 1824
de bedoeling van onze gemachtigden is geweest, om de Engelsehen ook van ge-
heel Borneo, en zelfs van de eilanden ten Noorden van Borneo uit te sluiten,
dan hebben zij daartoe eene zeer ongelukkige uitdrukking gekozen.