Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
lli
De ontevredenheid der Engelschen over het ontruimen van onze
koloniën, en huu naijver over den toeneinenden bloei, waarin deze
verkeerden, veroorzaakten allerlei onaangenaamheden. Gedurig wer-
den de Nederlanders in de Engelsche dagbladen beschuldigd van
maatregelen te nemen tot nadeel van hunnen handel. Eu inderdaad,
de Engelschen hadden niet zoo geheel onrecht met zich over onze
hooge differentiëele rechten te beklagen. Hunne afgunst werd nog
meer versterkt door de uitbreiding onzer macht langs de kusten van
Sumatra, en de versterkingen door ons gebouwd. Vooral het trac-
taat van 1824 was huu een doorn in het oog, en meer dan ééne
poging werd er aangewend om het te ontduiken. Bij het Neder-
landsch Bestuur rekende men op de goede trouw der Engelschen
en op de nauwgezette naleving van het verdrag, dat, zoo men
meende, duidelijk genoeg de grens van ieders gebied bepaalde. De
Engelsche kooplieden of agenten, earl, bremer en anderen, vertoon-
den zich hier en daar in de buitenbezittingen nabij Timor, maar
zagen waarschijnlijk, dat hier niet veel voordeelen te behalen vie-
len, en vertrokken weder. Maar een ander Engelsch onderdaan,
james brooke, een gelukzoeker, die met zijn eigen vaartuig naar
Oost-lndië was gestevend, landde aau de N.W. kust van .Bor«eo,deed
zich voor als Gevolmachtigde van het Britsch Bestuur, en knoopte
onderhandelingen aan met den Sultan van Broenei '). Deze ver-
oorloofde hem niet slechts zich aldaar te vestigen, maar verhief hem
zelfs, wegens eenige hem bewezen diensten, tot Radja van Serawak.
Van onzen kant werden bij het Engelsche Ministerie ernstige klach-
ten ingeleverd tegen deze schending van het tractaat; doch weldra
bleek het, dat de Britsche Ministers met denzelfden geest bezield waren
als raffles en andereu. Zij verklaarden, dat de Nederlanders de
belofte niet nakwamen, die zij tot beteugeling der zeerooverij
hadden gedaan, en dat wij den Engelschen handel op Java belem-
merden ; voorts legden zij de verdere bepalingen van het tractaat
zoo dubbelzinnig uit, dat er in Nederland vrees ontstond voor
ernstige moeielijkheden. Dit verbeterde niet, toen in 1844 aan brooke
de titel werd verleend van „Vertrouwelijk Agent van H. M. de
') Het aehijnt dat deze Sultan, onder het bestuur van badd, met de Nederian-
ders een verdrag tot afstand van een deel zijns grondgebieds heeft willen sluiten;
doch dat de Gouverneur-Generaal deze gelegenheid ongebruikt heeft laten voor-
bijgaan.