Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
107
trokken wordt aan de willekenr van Chineeselie en Arabische op-
koopers; dat er veel minder prodnkten zouden geleverd worden,
indien men den arbeid vrij liet; dat daardoor grootere verliezen zonden
worden geleden; dat vrije arbeid onbestaanbaar is door de traag
heid van den Javaan, en dat het kultnurstelsel zijne welvaart heeft
bevorderd. Deze stellingen worden echter door de bestrijders met
statistieke opgaven wederlegd. En ofschoon het moeilijk is uit te
maken of, onder een stelsel van vrije kuituur, de schatkist dezelfde
voordeelen zou genoten hebben, wint toch de overtuiging meer en
meer veld, dat het kultnurstelsel, zoo al niet door vrijen arbeid ver-
vangen, ten minste aanmerkelijk gewijzigd moet worden, en dat door
een vrij verkeer de bevolking zich krachtiger zal ontwikkelen. Door
die vrijheid zullen waarschijnlijk de groote winsten, die ons nu
jaarlijks toevloeien, wel voor de schatkist verloren gaan; maar wij
mogen met eenigen grond vermoeden, dat wat het Gouvernement
aan handelswinsten derven zal, ruimschoots zal worden opgewogen
door het meerder bedrag der landrenten, der in- eu uitgaande rech-
ten, in één woord van alle directe en indirecte belastingen, waar-
van de opbrengst gelijken tred zal houden met de meerdere wel-
vaart der bevolking i).
Alvorens van dit onderwerp af te stappen, moeten wij nog op
een paar punten de aandacht vestigen, t. w. 1°. dat de verplichting
om van de rijstvelden, zonder nadeel voor de voeding, een vijfde
deel tot andere kuituur aan te wenden, geen bezwaar opleverde,
omdat eene landbouwende bevolking, waaronder weinig geld in
omloop is, liever in produkten dan in specie betaalt. 2°. dat, zooals
reeds boven is aangemerkt, het haüg dot alleen zoozeer is gestegen
door de hooge prijzen der koffie bij de veilingen besteed. 3°. dat
het kultnurstelsel niet in de plaats van het landrentenstelsel, maar
daarnevens is ingevoerd, en dus de welvaart van den Javaan heeft
belet in plaats van die te bevorderen. 4°. dat de aandrang, om
veel geld in de Nederlandsche schatkist te doen vloeien, misschien
wat al te streng door van den bosch is toegepast, althans dat het
stelsel niet van knevelarij en onrechtvaardigheid is vrij te pleiten,
ook ondanks de fraaie woorden waarmede de beginselen worden
aangegeven, die bij de invoering ten grondslag zijn gelegd. Zij
') Men berekent dat de landrente, die thans 10 millioen oplevert, het driedub-
bele kon opbrengen, wanneer de kadastrale opmeting der gronden maar beter was,