Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
100
ten gevolge den Europeanen een feilen haat toe, die door zijnen
listigen aard en zijne eerzucht nog werd gevoed. Een dweepziek
priester, modjo, vuurde hem aan, en spiegelde hem voor, dat hij
geroepen was om het ware Mohammedaansche geloof te handhaven
en alle Christenen te verdelgen. Hierbij kwam eene onvoorzichtige
daad van den Assistent-Resident, die zijn eigendomsrecht en tevens
zijne godsdienstige begrippen schijnt beleedigd te hebben, door het
aanleggen van eenen weg langs de begraafplaats van een Inlandsch
Hoofd; terwijl hij bovendien beweerde geldelijke verliezen geleden
te hebben door de verbreking der huurcontracten. Hoe het zij, diepo
negorg trok naar het gebergte, verzamelde al spoedig een geduch-
ten aanhang en trok daarmede tegen Bjohjokarta op. Daar werd hij
gelukkig zoo lang opgehouden, totdat de Generaal de kock met be-
hulp van den Vorst van Soeraharta, die zijne troepen ter beschik-
king der Nederlanders had gesteld, en van don Generaal van geen, die
te Samarang geland was, een leger van 8000 man had verzameld,
de verdere uitbreiding van den opstand tegenhield en Djokjoharta
ontzette. Eene poging door hem aangewend, om diepo negoro door
onderhandelingen tot onderwerping te bewegen, mislukte evenwel;
eerlang liet hij zich door zijnen aanhang als Sultan uitroepen,
vereenigde alle geestelijke en wereldlijke macht in zijn persoon,
en dreigde eene alleenheerschappij te vestigen, die voor de Neder-
landers geducht kou worden.
De berichten hiervan, alsmede van den ongunstigen toestand der
geldmiddelen op Java, maakten in Nederland een' pijnlijken indruk.
Door jaarlijksche tekorten, aanhoudende oorlogen enz. ') was er eene
schuld ontstaan, aanvankelijk op 6% millioen geschat. Vooral was
de Koning niet zonder reden misnoegd op den Gouverneur-Gene-
raal, en gaf dit niet onduidelijk te kennen, zelfs bij het openen
der Staten-Generaal. Hij verweet aan van der Capellen verkwis-
ting der geldmiddelen, maar vooral verkeerde maatregelen en mis-
grepen in het bestuur, waardoor de opstand van diepo negoro ont-
staan zou wezen. Bovenal was hij gebelgd over het eigenmachtig
sluiten eener geldleening van 3 ä 4 millioen, tegen hooge rente, met
het Britsche huis palmer en c". te Calcutia, buiten voorkennis des
Konings. Dien ten gevolge werd in Nederland eene leening geslo-
ten om in den nood der Oost-Indiën te voorzien. Maar ten gevolge
') Zie baldz. 96.