Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
op de bezittingen van het vasteland, Engeland op die van de eilan-
den zon opgeven. Dien ten gevolge verkreeg het laatste Malakla,
benevens het zoo zeer in bloei toegenomen Singapore, en alle kan-
toren in Foor-Indië. Nedei land ontving Benkoelen en alle Britsche
bezittingen op Sumatra. Beide mogendheden bleven voorts gehand-
haafd in hetgeen zij op dit oogenblik bezaten, onder beding van
nimmer iets daarvan aan eene andere te mogen overdoen ; bij het
vrijwillig verlaten door de eene partij verviel het recht daarop aan-
stonds aan de andere. Nederland zqm verder voor de vereffening van alle
posten, die nog sedert de overgave van Java voor verschillende on-
kosten openstonden, eene som van 12 tonnen gouds aan Engeland be-
talen; Engeland beloofde nooit een kantoor te zullen oprichten of
eenig verdrag te sluiten op een der eilanden bezuiden Straat Sin-
gapore ■). Van weerszijden beloofde men elkander vrijheid van han-
del in de koloniën, op den voet der meest begunstigde natie, met
uitzondering der Molukken, alwaar Nederland zijn monopolie van
specerijen uitdrukkelijk handhaafde. Eindelijk zouden beide mogend-
heden alles in het werk stellen om de zeerooverij in den Archipel,
die zelfs op bevel der vorsten van Celehes, Borneo of eenige kleine
eilanden op groote schaal gedreven werd, tegen te gaan of geheel
uit te roeien.
Ten gevolge van dit tractaat, waardoor ons goed recht voor het
vervolg werd erkend, werd ons gezag op stevige grondslagen ge-
vestigd. Te gelijk echter ontstond eenige bezorgdheid voor den
bloei van onzen groothandel, door de gelijkstelling der beide natiën;
en openbaarde zich al spoedig de noodzakelijkheid om deu handels-
geest op te wekken en het fabriekwezen aan te moedigen, ten einde
de mededinging met de Engelschen te kunnen volhouden. Door den
Koning werd, reeds 12 dagen na het sluiten van het tractaat, een
besluit genomen tot oprichting van eene Handelmaatschappij, alleen
met de voormalige Oost-Indische Compagnie overeenkomende in de
vereeniging van verschillende kapitalen, maar zonder octrooi, zon-
der monopolie, zonder aanspraak op grondbezit, en op geheel an-
dere grondslagen ingericht. Bij de oprichting der eerste Compagnie
') Eene der bepalingen luidde: dat de beide Gouvernementen geen verlof zou-
den verleenen tot oprichting van een nieuw kantoor op een der Oost-Indische
eilanden, zonder voorafgaande machtiging hunner respectieve Gouvernementen in
Europa.