Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
97
ongehoord verrijkten. In de Vorstenlanden bracht hij groote veran-
deringen in de landverhuringen. Verschillende gronden werden
daar, niet voor drie jaren, zoo als de wet luidde, maar voor 20, ja
soms voor 30 jaren verhuurd; de huur over al dien tijd loopende werd
in ééns en vooruit betaald, en de huurders waren nu blootgesteld aan
de knevelarijen van hun Opperhoofd, den verhuurder, in de jaren
dat zij niets behoefden op te brengen. Ook hadden er zich reeds
vroeg Europeanen gevestigd, die eenige gronden huurden , en zich
met goed gevolg op het aankweeken van produkten voor de Euro-
peesche markt toelegden. Het schijnt, dat die particuliere industrie
met geen gunstig oog beschouwd werd, en men de vrees koesterde
dat de produkten, door de landhuurders aau de markt gebracht, op
den prijs der gouvernementsprodukten een' nadeeligen invloed zou-
den uitoefenen. Althans in 1823 werden al die landverhuringen
op eens geëindigd en veranderd; en deze willekeurige en onstaat-
kundige bemoeiingen, die van dek Capellen voor een' grooten po-
litieken misslag worden aangerekend, zijn de hoofdoorzaken ge-
weest van den oorlo;? van 1825—1830.
Inmiddels had de Gouverneur-Generaal ook met finantiëele moeie-
lijkheden te kampen. De landrente over 1815—1817 was billijker-
wijze kwijtgescholden, uithoofde van de armoede der inlanders; de
kredietbrieven, door daendels uitgegeven, moesten ingewisseld wor-
den; de uitgaven vermeerderden bijna dagelijks, door de aankomst
van nieuwe ambtenaren, die geplaatst of op wachtgeld gesteld
moesten worden, van militairen tot versterking der krijgsmacht, van
allerlei oorlogschepen die tonnen gouds kostten. Voeg hier nog
bij, dat alle kazernen, hospitalen, poststations, bruggen, enz. in den
meest vervallen staat verkeerden, zoodat, voor het een als voor liet
ander, jaarlijks eenige millioenen moesten worden betaald. Hoe
onaangenaam het hem dan ook wezen mocht, bij zijn' terugkeer
op Jara, aldaar 's Koniugs ontevredenheid te mceten vernemen,
over zijne verkwisting van 's lands jjenningen, alsmede over ver-
schillende beschuldigingen van teruggekeerde ambtenaren of ande-
ren, ongegrond waren zij toch niet, en toen kort daarop dc oorlog
op Java uitbrak, verzocht hij om zijn ontslag.
Intusschen was er in 1824 tusschen Engeland en Nederland een
verdrag gesloten, dat nu voor goed een einde zou maken aau de
onafgedane geschillen en gedurige botsingen over ieders grondge-
bied. Bij dit tractaat werd bepaald, dat Nederland zijne rechten
7