Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
94
en het jaarlijksche bndget opmaken. Java werd in 21 Eesidentiën
en Assistent-Eesidentiën verdeeld, de betrekking der Eesidenten
tot de inlandsche Eegenten en hoofden, alsmede tot het Hooge
Bestuur te Batavia geregeld, en op de finantiën orde gesteld. Hier-
mede was de hun opgedragen last volbracht, en hadden zij den grond
gelegd tot eene waarlijk liberale staatkunde in het bestuur der
koloniën; t. w. belastingen in plaats van handel, en vrijen arbeid
in plaats van dwangkultuur. Op plechtige wijze werd de Gouver-
neur-Generaal VAiT DER CAPELLEN iu 1819 als zoodauig geïnstal-
leerd en hem de hoogste macht opgedragen; waarna de Heeren
ELOüT en BDYSKES naar het vaderland terugkeerden.
Nauwelijks eene maand na hun vertrek ontstonden er weder on-
aangenaamheden met raffles, daar men in Batavia de tijding ver-
nam, dat hij op wederrechtelijke wijze zich in het bezit gesteld had
van het eilandje Singapore, aan den Sultan van Biouw behoorende,
en daar eene uitmuntende handelshaven wilde aanleggen. Dadelijk
werden de naar huis keerende Commissarissen, die, door tegenwind
opgehouden, nog in de nabijheid waren, opgezocht en hun gevoelen
gevraagd. Dewijl het Britsche bewind in Bengalen in deze zaak
voor haren agent partij trok, werd overeengekomen het geschil aan
de beslissing van het Europeesche Gouvernement over te laten,
terwijl het bezit van Singapore voorloopig gehandhaafd bleef. Maar
raffles kreeg toch stelligen last, om alle Nederlandsche bezittingen
op de westkust van Sumatra onmiddellijk te ontruimen.
Behalve het verschil over Singapore waren er nog andere punten,
die door de Commissarissen in Indië niet konden geregeld worden.
Zij betroffen b. v. de grensscheiding van het gebied der beide na-
tiën, de schadevergoeding voor sommige uitgaven tijdens het En-
gelsche tusschenbestuur gedaan, de handelsbetrekkingen, de zeeroo-
verij enz., waaromtrent tusschen de beide belanghebbende mogend-
heden een verdrag moest gesloten worden. Dit kwam echter eerst
na vijf jaren (1824) tot stand; en zoo lang duurden dan ook de
onaangenaamheden, die de Nederlanders in Indiëvm. de Engelschen
te verduren hadden, en wier naijver en hebzucht zich daarin zoo dui-
delijk vertoonde.
Toch smaakten de Commissarissen-Generaal het genot van te zien,
dat gedurende hun verblijf in Indië, de maatregelen door hen ver-
ordend, goede vruchten droegen, orde en regelmaat in alle takken
des bestuurs ontstond, de handel en scheepvaart herleefde en de finan-