Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
93
stelsel verre de voorkeur verdiende boven het hontïngentensteUel, en
dat het dus voorloopig, zooals het eerst door eafples als dorps-
stelsel (zie blz. 86) was ingevoerd '), in stand zou blijven. Hier-
door werden de inkomsten eenigszins verzekerd; terwijl men, door
het aanstellen van Inspecteurs, den weg afsloot, om knevelarij je-
gens de inlanders en oneerlijkheid jegens het Gouvernementte plegen.
Het duurde niet lang of het bleek dat het moeite kosten zou, om alom
het Nederlandsche gezag tot het vorige aanzien terug te brengen.
Een oproer te Cheribon werd spoedig gedempt; doch op èe Moluh-
hen, vooral op Amboina, waar zelfs de Christenbevolking met de
Mohammedanen samenspande en zich tegen het Nederlandsch gezag
aankantte, kreeg dit een bedenkelijker aanzien, en werden de resi-
dent, zijn gezin en meer dan honderd soldaten vermoord. Büys-
kes, die inmiddels eene vloot, vooral uit kleine schepen, had samen-
gesteld, verscheen aldaar in 1818 en bracht, na hevigen strijd en
met veel bloedvergieten, de opstandelingen tot onderwerping. Op
andere punten van den Archipel werden de verdragen met inland-
sche vorsten vernieuwd of nieuwe overeenkomsten gesloten.
Nog audere maatregelen werden door Commissarissen-Generaal
noodig geacht tot betere regeling van het bestuur. Wij noemen
slechts die tot bevordering van het onderwijs voor de inlanders,
zoowel als voor de militairen te Samarang-, die welke betrekking
hadden tot het pandelingschap ; die op de beteugeling van den
slavenhandel en op het recht tot verblijf en reizen in Indië, het-
geen alleen op vergunning van den Gouverneur-Generaal geschie-
den mocht. Vooral belangrijk was eene wijziging in het monopolie-
stelsel. Voortaan toch zou, met uitzondering van Japan en de Mo-
lukken, de vrije vaart en handel op de Indiën voor ieder openstaan,
zoowel voor Nederlanders als vreemdelingen.
Eindelijk werd in 1818 een regeerings-reglement afgekondigd, naar
hetwelk Indië voortaan bestuurd zou worden. Daarbij werd bepaald
dat het hoogste gezag zou berusten bij den Gouverneur-Generaal,
bijgestaan door den Eaad van Indië, uit vier personen bestaande,
die des Landvoogds maatregelen overwegen moesten. De laatste
moest de bevelen des Konings ten uitvoer leggen, het opperbevel
voeren over de land- en zeemacht, het recht van gratie uitoefenen
') Volgens dit stelsel wordt nog heden de landrente geheven.
') Zie bl. 76.