Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
VIEEDE AE DEELING.
DE KOLONIËN TOT OP ONZEN TIJD.
1.
De hersteltjns van het nederlandsch gezag in de koloniën.
In het begin van 1816 gingen de "VV. I. bezittingen aan Neder-
land over, en werden Suriname, Curagao enz. door den Gonvernenr
van panhüys van da Engelschen overgenomen. De toestand dezer
koloniën was evenwel allertrenrigst. Gedurende het Engelsche bestuur
was er de slavenhandel afgeschaft, de slavenbevolking, zoo door sterfte
als door wegloopen, verminderd; en hoewel er door smokkelaars nog
wel slaven werden ingevoerd, kon toch de Nederlandsche regeering
niet anders dan de bepalingen van het verdrag van 13 Aug. 1811
volgen, dat uitdrukkelijk luidde: „dat de Souvereine Vorst den
slavenhandel aan zijne onderdanen verbieden, en door alle wettelijke
middelen beletten moest." Hierop volgde dan ook weldra een besluit
in dien zin, waarbij de uitvoer van slaven van de kust van Guinea,
en de invoer daarvan in West-Indië, ten stelligste werd verboden.
Dit werkte in den beginne nadeelig op den landbouw en den
verderen bloei der koloniën; daarentegen veroorzaakte het eene
meer menschlievende behandeling der slaven door hunne meesters,
die hen ook in ziekte zorgvuldiger lieten verplegen. Toch werd de
bloei ook tegengehouden, doordat de meeste eigenaars der plantages
in Europa woonden en ze door directeurs lieten besturen. Deze lieten
zulks meestal weder aan ondergeschikte ambtenaren over, waardoor
de belangen der patroons maar al te veel verwaarloosd werden.
Sedert 1814 was te Nickerie eene volkplanting aangelegd, die door
vruchtbaarheid van den grond en gezondheid van lucht eene betere
toekomst beloofde dan de andere bezittingen, in het bijzonder Curagao,
dat door het Engelsche wanbestuur ontzettend had geleden.
Naar de bezittingen op de kust van Guinea, die wel in ons bezit
waren gebleven, doch door het afschaffen van den slavenhandel
veel van haar gewicht hadden verloren, werd als Gouverneur