Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
00
en dieren stikstof bevatten, behoeft hier niet na-
der verklaard te worden. Deze stikstof vormt
met de waterstof van het water, wanneer zich dit
ontleedt, den ammoniak, en deze verbindt zich
weder op zijne beurt met een gedeelte koolzuur
tot koolzuren ammoniak, wiens waarde als mest-
stof wij reeds hebben leeren kennen.
Op nog eene andere wijze werkt de humus
gunstig, doordien hij den grond los en mul maakt.
"Wij weten immers, hoe voordeelig het is voor
bijna alle planten, dat zij hare wortelen in den
grond behoorlijk kunnen verspreiden, en dit ge-
schiedt in zulk eenen lossen grond gemakkelijk.
Bovendien kan ook de zuurstof hier zonder moeite
indringen, bespoedigt alzoo de ontledingen, en be-
vordert de voeding der planten.
Al deze voordeelen zouden echter bij de aan-
wezigheid, zelfs van eene groote hoeveelheid hu-
mus, geen plaats hebben, indien hij niet tevens
de zoo belangrijke eigenschap bezat, om ook de
vochtigheid uit den dampkring aan te trekken.
Dat er zonder vochtigheid geene ontleding mo-
gelijk is, hebben wij vroeger reeds gezien; en hoe
kon deze nu, welke bij den humus zoo noodza-
kelijk is, plaats vinden, wanneer de natuur niet
voor deze noodzakelijke vochtigheid gezorgd had?
De humus zelf trekt dat vocht uit den dampkring
tot zich, en kan dit eenen geruimen tijd behou-
den, zoodat gronden, die humus bevatten, lang