Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
80
wassen; doch zij verliest dien nadeeligen invloed,
zoodra er eenig zwavelzuur is bijgevoegd. Intus-
schen moet men dit niet overdrijven, omdat eene
overmaat van zwavelzuur eveneens nadeelig zal
werken. De geschikte evenredigheid vindt men,
door acht te geven op het opbruisen, dat bij do
vermenging van gier met zwavelzuur plaats heeft,
want zoodra dit ophoudt, kan men aannemen, dat
er zuur in genoegzame hoeveelheid is bijgevoegd.
In vele gevallen zal men evenwel wel eene groo-
tere hoeveelheid zwavelzuur kunnen aanwenden,
zonder dat deze als verloren is te beschouwen;
want daardoor wordt wel is waar de gier te dik
en te voedend, maar door verdunning met water
wordt dit gebrek weder verholpen. Hieruit volgt
van zelve, op welke wijze men de landerijen het
gemakkelijkste van ammoniak voorziet. Wij moe-
ten echter niet vergeten, dat de planten ook veel
ammoniak uit de lucht opnemen, waar zij meestal
als koolzure ammoniak, in hoogst fijn verdeel-
den en verdunden toestand, aanwezig is; terwijl
hierdoor de eenigzins schadelijke werking van zijne
overmaat wordt weggenomen.
Wij hebben ons vrij lang met den ammoniak
bezig gehouden, uithoofde van zijne hooge belang-
rijkheid voor eene groote menigte planten. Tot
deze laatste behooren onder anderen de onder-
scheidene granen, die tot het vormen van den
korrel volstrekt ammoniak behoeven.