Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
78
knnnen niet bestaan zonder stikstof, maar zij kun-
nen zich ook niet van hare standplaatsen verwijde-
ren, ten einde deze op te zoeken, en daarom moe-
ten zij die overal aantreffen, gelijk werkelijk plaats
heeft; want wegens zijnen luchtvormigen toestand,
kan de ammoniak zich niet slechts overal versprei-
den, maar ook wordt hij bij elke verrotting gevormd,
en hierdoor is dus gezorgd, dat hij nimmer, zoo
min in den grond als in de lucht, ontbreekt. Wij
vinden hier dezelfde voorzorgen, als wij ten aan-
zien van het koolzuur hebben aangetroffen. Voor
de algemeene verspreiding van beiden is op eene
hoogst voortreffelijke wijJbe gezorgd.
Hoewel de ammoniak in zuiveren toestand niet
zoo bijtend is, als de zuivere potasch, soda en
kalk, zoo werkt hij evenwel altijd scherp en bran-
dend, en kan in zoover voor de gewassen scha-
delijk zijn. In verbinding met zuren echter ver-
liest hij, even als de genoemde stoffen, deze
eigenschap. Maar terwijl hij eene groote ver-
wantschap heeft tot het koolzuur, en omdat dit
zuur meestal in nog grootere hoeveelheid dan de
ammoniak aanwezig is, zoo treffen wij deze ook
bijna nimmer zuiver in den grond aan. Wan-
neer er geene genoegzame hoeveelheid van zuren
voorhanden is, om al den gevormden ammo-
niak te verzadigen, dan is zijne overmaat meer-
malen de oorzaak, dat paardenmest en ook andere
versehe meststoffen, op magere zandgronden of