Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Tot de eigenscliappen van den ammoniak, die
voor den landbouwer belangrijk zijn, behoort voor-
eerst dat hij in zuiveren toestand lucht- of gasvormig
is, maar eene groote geneigdheid bezit, om zich met
water te verbinden, en daarom tot het gebruik
altijd in vloeibaren staat, in water opgelost, onder
den naam van salmiakgeest, wordt aangewend.
Deze oplossing in water gelijkt uiterlijk op water,
doch heeft eenen zeer prikkelenden reuk en^ bran-
denden smaak; zij werkt bijtend en vereischt dus
eene voorzigtige behandeling.
Met zuren vormt de ammoniak zouten, die zich
vrij gemakkelijk in water oplossen en, zoo zij
niet in eenen te grooten overvloed voorhanden
zijn, zeer voordeelig op den plantengroei werken.
De scherpe reuk, dien de ammoniak bezit, en
waardoor hij ter inademing geheel ongeschikt is,
gaat bij zijne verbinding met zuren geheel verlo-
ren, en de ammoniak-zouten zijn geheel reukeloos.
Eene andere voor den landbouw gewigtiger eigen-
schap van den ammoniak is, dat hij zoowel in ver-
binding met water als in zuiveren toestand zeer ligt
vervlugtigt, en den damp vormt, dien men boven
de mesthoopen ziet, alsmede de in den neus prik-
kelende lucht, die zich bij het uitmesten van koe-
stallen en vooral bij versehe aalt ontwikkelt. In
verbinding echter met zuren heeft hij dit ver-
vlugtigend vermogen verloren, en het zout blijft,
zoolang het niet ontleed wordt, onveranderd in den