Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
G7
vallen van gesteenten, vooral van leisteenen en
diegene, welke veldspaat bevatten. Deze bestaan
uit eene menigte stoffen. Het gesteente neemt
bij het verweren wel eene andere gedaante aan,
doch zijne bestanddeelen blijven grootendeels het-
zelfde, en wanneer dus hier de klei-aarde een
hoofdbestanddeel is, blijft het daarvan afkomstig
verweerde mengsel ook de hoofdeigenschappen de-
zer aardsoort behouden. Een zoodanig mengsel
nu noemde men klei, en toen men bevond, dat
hare eigenschappen afhankelijk waren van eene
bijzondere aardsoort, die hieruit konde afgeschei-
den worden, zoo gaf men aan deze den naam van
klei-aarde, en omdat de klei-aarde ook het voor-
naamste bestanddeel van den gewonen aluin uit-
maakt, zoo heeft men haar ook met den naam
van aluinaarde bestempeld.
De aluinaarde heeft eene witte kleur en, zoo
lang zij vochtig is, een geleiachtig, halfdoorschij-
nend aanzien; doch in de klei laat zij zich onder
deze gedaante niet herkennen. Zij is door het
koolzuur niet oplosbaar en wordt niet of slechts
hoogst zeldzaam, en in zeer geringe hoeveelheid,
door de planten opgenomen, zoodat zij ook niet
als plantenvoedsel te beschouwen is. Maar daar-
entegen heeft zij het vermogen, om den grond
tot het voeden der planten voor te bereiden, en
uit dit oogpunt is zij voor den landbouw eene be-
langrijke stof. Alle goede, vruchtbare gronden