Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
71
danig weder wordt opgelost. De planten ontvan-
vangen dus door de ontleding van liet gips, zwa-
vel, stikstof (een bestanddeel van den ammoniak)
en kalk, alle stoffen, die zij noodzakelijk tot haren
wasdom behoeven. Voorheen was men mede van
gedachte dat het gips alleen voordeelig op Idaver
werkte; doch thans gebruikt men dit bij alle
gewassen, welke deze stoffen in merkelijke hoe-
veelheid behoeven. Bij de hennipteelt, onder an-
deren, bewijst het uitmuntende dienst.
Het gips, zoo als wij reeds gezegd hebben,
oefent op onderscheidene gronden geenen invloed
uit, omdat het in deze óf reeds in genoegzame hoe-
veelheid aanwezig is, öf het hun aan behoorlijke
stoffen ter oplossing en ontleding ontbreekt. In
dit laatste geval kan men door bemesting met
houtskool-poeder en stoffen, die ammoniak bevat-
ten , gunstige ■ uitkomsten verki'ijgen, alsmede door
het bevorderen der ontwikkeling van koolzuiu- en
ammoniak, en dus door het aanbrengen van alle
middelen, waai'door het gips kan worden opge-
lost. Bevat eene gipssoort veel keukenzout, ge-
lijk dikwijls het geval is, dan is het des te
werkzamer, en dit in aanmerking nemende, zal
men wel doen, om onder het gips altijd eenige
ponden keukenzout te mengen.
Voor het overige wordt het gips nu eens ge-
brand, dat is van zijn water bevrijd, dan weder
ongebrand, maar altijd in zeer fijn gemalen toe-