Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
G2 '
Meestal echter is het met andere stoffen vermengd,
en heeft daardoor een lichtgraamv of ook wel rood-
achtig aanzien. Het bezit noch zure, noch bij-
tende eigenschappen. Oogenschijnlijk lost het zich
niet op in water, doch wanneer er eene groote hoe-
veelheid water voorhanden is, dan wordt het daarin
werkelijk, schoon zeer langzaam, opgenomen.
Dat men Ida ver, Avikkeh, erwten, boonen en
dergelijke gewassen met den gunstigsten uitslag
met gips bestrooit, is algemeen bekend; maar
zijne eigenlijke werking is onzeker en wordt
op verschillende wijzen verklaard. De niet schei-
kundigen beweerden voormaals, dat zijn invloed
op den plantengroei hoofdzakelijk berustte op het
aanbrengen van eenen zekeren prikkel, welke
zij echter onvermogend waren om nader te om-
schrijven. Thans echter weet men, dat hij door
andere stoffen, die zich in den grond bevinden,
wordt ontleed, en dat zijne bestanddeelen werke-
lijk tot het voeden der gewassen verstrekken. La-
ter toch zullen wij nog eene voor "de plantenvoe-
ding hoogst belangrijke stof, den ammoniak, leeren
kennen, die tot het zwavelzuur nog grootere ver-
wantschap heeft dan do kalk, ten gevolge waarvan
hij dit zuur aan het gips of den zwavelzuren kalk
ontneemt, en hiermede den als meststof zoo hoogst
belangrijken en oplosbaren zwavelzuren ammoniak
vormt; terwijl de kalk op zich zelve, of ook in
verbinding met koolzuur, terugblijft en als zoo-