Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
SG
scheikundigen wordt aangewezen. Wanneer kalk-
steen of schelpen, die uit koolzuren kalk be-
staan, in eenen kalk-oven gebrand worden, dan
verliezen zij zoowel dit water als het koolzuur,
en er ontstaat calcium-oxyde of de zoogenoemde
gebrande en bijtende kalk. Door dezen gebran-
den kalk met water te bevochtigen, door hem
te blusschen of te lesschen zoo als het heet,
neemt hij weder een gedeelte water tot zich,
doch blijft evenwel bijtend. Wanneer nu de met-
selaar dien kalk met zand, dat is met kiezelzuur
vermengt, om daarmede te metselen, dan trekt
de kalk het kiezelzum' tot zich, neemt daarbij te-
vens het koolzuur uit de lucht op, en vormt al-
zoo de beide verbindingen, die" hem hard doen
worden en weder dezelfde eigenschajjpen mede-
deelen, welke hij vroeger als kalksteen bezat.
In gewoon water is de koolzure kalk onoplos-
baar, maar in water, dat eene overmaat van kool-
zuur bevat, lost hij zich op. Wanneer wij ons
nu herinneren, dat er zich in den grond meestal
eene overmaat van koolzuur ontwikkelt, dan zul-
len wij duidelijk inzien, dat deze, zoo hij kalk be-
vat, meestal ook in staat is om dien op te lossen,
en van hier dat wij hem ook in bijna alle gron-
den aantreffen. Ook bijna alle bronnen bevatten
opgelosten kalle, en de welige groei, dien wij bij
de weilanden waarnemen, wanneer zij slechts met
zuiver bronwater gevloeid worden, is voor een